zondag 20 maart 2011

De kraai en de snor

Ik lees altijd en overal. Als ik geen boek of blad lees, lees ik wel ingrediënten op potten en pakjes, als ik in de bus zit lees ik alles wat er passeert, opschriften, reclames, verkeersborden.
In de trein laat ik de Metro en de Spits vaak op het tafeltje liggen omdat ik het vervelende krantjes vind, maar toch gaan mijn ogen steeds over de koppen en niet een keer, maar wel vijf keer of zo, tot ik ze maar oppak en doorblader.
De letters om me heen willen steeds gelezen worden. Ik hou van boeken en ben gauw te verleiden tot aankoop.
Ik lees dus veel, maar zie mezelf niet als deskundig. Ik ga uit van het simpele feit: Vind ik het mooi of vind ik het niet mooi. Raakt het me of raakt het me niet. Ik neem adviezen van wijze mensen altijd ter harte, maar uiteidelijk bepaald mijn boerenverstand wat ik van iets vind. Dat hou ik vaak wel voor me … want wie ben ik om te oordelen? Maar toch:

Ik heb me door het boekenweekgeschenk geworsteld. Geworsteld? Zo’n simpel boekje? Ja … ik lees maar door en wacht tot … ja wat, tot ik gegrepen word. Of is het helemaal geen simpel boekje? Ben ik simpel en snap het niet?

Het boekje roept van alles op, irritatie bij bepaalde zinnen:
Het is een droevige grijze dag in Amsterdam en het regent.
Ik heb de deur van de winkel dichtgedaan, vandaar dat de ramen zijn beslagen.

Verontwaardiging:
Want wat hij (Herman Gorter) als een oorspronkelijk Nederlands gedicht aan ons toevertrouwt, is eigenlijk een oeroude Perzische tekst …
Zo gaat het maar door, zo blijft het worstelen …



Als ik een boek lees vergeet ik normaal gesproken alles om me heen – als kind al moest mijn moeder tig keren roepen: Angelika, tafel dekken! Dan kwam ik langzaam uit een bijna trance terug en keek verbaasd om me heen  … wat, wat?
Dat gebeurde niet bij het lezen van dit boekenweekgeschenk en, om met Hanneke Groenteman te spreken, ik kom er niet doorheen. Zegt dat wat over de schrijver of over mij? Er zijn genoeg mensen die het wel prachtig vinden. Maar niet in mijn boekenkast.

Ik moet nog iets bekennen: terwijl ik het boekje lees en steeds naar die grote foto op de achterkant kijk, vraag ik me telkens af – eigenlijk niet terzake doende – waarom is die snor toch wit en het haar zwart? Hoort dat niet andersom? Het ontwerp op de voorkant vind ik wel erg mooi, alleen hoort het wit van die bonte kraai niet grijs?
Waarom praat de schrijver zo gebrekkig Nederlands, hij is hier toch al meer dan 20 jaar? Kan iemand die zo praat wel in het Nederlands schrijven?
Als dit soort vragen door mijn hoofd schieten, is het ook niet mogelijk om met concentratie of plezier te lezen. Dus ik geef het maar op en ga wat anders lezen. Ik heb voldoende nieuwe aanwinsten:


Het is een mooie dag, dus nu de boeken wegleggen en naar buiten, fietsen en wandelen.
Op de terugweg plukken we nog wat brandneteltopjes, daar ga ik bladerdeeghapjes van maken.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen