donderdag 15 september 2011

Mijn grote broer ...

... die sterven gaat ...

Kan je dat zo lukraak zeggen op je weblog? Ik kan hier ook altijd al m’n mooie en vrolijke dingen kwijt, een weblog is toch een soort dagboek, het opschrijven heeft iets troostends, dus ja, ik maak dit wereldkundig.

Mijn oudste broer, die in Noord Duitsland woont, ernstig ziek, heeft toch nog de lange reis hierheen ondernomen, vooral voor onze moeder. Zijn vrouw reed, hij mag dat niet meer. In juni van dit jaar waren ze ook hier, op onze moeders verjaardag. In die korte tijd is hij snel achteruit gegaan.
Toen hij hier aankwam schrok ik wel, mijn broer, die grote, stevige, blonde germaan is nog maar een schaduw van zichzelf. Steunend op een rollator liep hij naar onze voordeur. Met veel moeite hees hij zich de steile trap op. Ons huis is ouder dan 100 jaar, dus kan je je misschien iets bij het soort trap voorstellen.

Boven gekomen moest hij direct gaan liggen. Ik had allerlei lekkers gemaakt, hij genoot van zelfgebakken brood met bramenjam, de laatste rijpe aardbeien zo van de plant geplukt, een versterkend kippesoepje, maar het blijven muizenhapjes die hij neemt.
We doen vrolijk, op zijn begrafenis kunnen we nog genoeg janken, nu maar niet, want wat heeft hij daaraan? Er worden zelfs grapjes gemaakt. Dat komt vaker voor in onze familie ... hoe erger de situatie ... hoe cynischer we worden, een beetje een familiekwaal. Hij is weer gaan roken ... dat maakt toch niks meer uit, ik heb al kanker.
Hij probeert overeind te komen om naar het dakterras te gaan om een van z’n stinksigaartjes te gaan roken, maar de zon is net even weg, op deze verder toch mooie dag, hij heeft het koud. Ik zeg: rook dat ding nou maar gewoon hier in de kamer. En ik voeg toe: maar je bent wel de enige die dat mag hè, in mijn huis roken!

Wij zijn maar kort samen opgegroeid. Zoals ik hier al eens over ons ingewikkelde gezinsverband vertelde, we hebben een aparte familie. Hij in Duitsland, ik in Nederland, we zagen elkaar hooguit één keer per jaar. Telefoontjes met verjaardagen. Toch is er een band.

Hij haalt de rozenkwarts uit zijn zak die ik hem in juni heb gegeven, waarbij ik zei: als je je rot voelt of pijn hebt, houdt dit steentje dan vast en ik ben bij je, kwatsch natuurlijk, maar hij zegt dat het hem wel steun geeft. Mooi toch?

Als ze weer vertrokken zijn kan ik me eindelijk laten gaan.
Vier weken nog, of vier maanden, dat weet niemand.

Wat doe je dan, ik zet een CDtje op en luister naar
Jack Jones, If I could:

I’d give him more if I could
You know that I would now
If only I could

dinsdag 13 september 2011

Dinsdag Dicht (30)


Hij noemt zichzelf een verlichtte dichter en hij schreef dit in Café Marleen voor me op een bierviltje.

Aan de andere kant staat SPADE: Stichting Poëzie Aan De Een- en/of Eerzamen.
“Jij, met het!!”
Liefs, Edie.

zondag 11 september 2011

Macbetty

De avond valt in Groningen. We zijn terug uit Wildervank, van het mooie, warme optreden van Harry Niehof in de kerk die in de steigers staat, we kregen een lift naar Stad en we hebben net lekker gegeten. We wandelen op ons gemakje naar café Marleen.

Vanavond treedt Macbetty op. Een weer-ga-loos optreden of andersgezegd ... het swingde de pan uit!




Wat een gezellige avond, geweldige muziek, en ook zo leuk: tout Gronings muzikaal talent was er, nou ja, bijna allemaal ... kanjer (&co) natuurlijk niet, want ... er worden mooie dingen gemaakt in de veenkoloniën.
En alle jarigen: nogmaals van harte gefeliciteerd! Fijn dat we er weer bij mochten zijn.



Harry Niehof

Terwijl er gisteravond een storm over een groot deel van Nederland raasde, hebben wij heerlijk rustig geslapen in de stad waar ik van alle steden het liefste ben, Groningen, en 's morgens zowaar in de zon een ontbijtje op een terras!
Omdat we voor het feest bij Marleen toch hier in Groningen zijn, heb ik gezocht naar een invulling voor de zondagmiddag. Vanavond is duidelijk, dan zitten we weer in café Marleen, want Inki de Jonge treedt op met haar band Macbetty. Daar kijken we erg naar uit.
Op de site van Harry Niehof zag ik dat hij weer eens in een kerkje zou optreden. Toevallig deze zondag. In Wildervank.
Waar ligt Wildervank en hoe komen we daar, en komen we daar ook weer weg?

We pakken de trein naar Veendam (ja,ja, je geleuft het nait, maar dat kan tegenwoordig) en dan daar de bus naar Wildervank. De trein was iets verlaat, maar het leek alsof de buschauffeur al naar ons uitkeek. Hij heeft even gewacht. Dat vind ik nou zoiets geweldigs, hulde aan deze chauffeur van Qbuzz 10 van 13.39 uur!

Maar goed, we zijn natuurlijk veels te vroeg, Harry begint pas om 15.00. We stappen het plaatselijke café binnen, Party- en Zalencentrum Boelens, en daar vindt op dit moment de Districtfinale klasse driebanden plaats. Oeps, een serieus gebeuren. Mijn vader deed het trouwens ook graag, dat biljarten.
Best spannend om even naar te kijken. En alles wat gezegd wordt is hier in het Grunnegs.


Er liggen foldertjes van Harry’s optreden op de tafel. We nemen koffie, een wijntje en een kroketje. Mensen spreken me hier zo makkelijk aan, ik heb hier vaak eerder contact dan thuis. Een vriendin zei laatst dat dat komt omdat ik me daar in Groningen meer open stel. Ik weet niet precies hoe het zit, maar reken maar dat ik er van geniet!
Ik blader door het Dagblad van het Noorden en kijk: een artikel van Inki de Jonge, journaliste en geweldige zangeres, vanavond zien wij haar, dus. Hoe toevallig kan het allemaal zijn?


We moeten de biljartfinale verlaten, het is tijd voor Harry. We lopen over het kerkhof naar de Margaretha Hardenbergkerk, een kerk die geen kerk meer is.
De stichting Wildervanck-Wildervank is het geheel aan het restaureren zodat het gebouw bewaard blijft en er culturele evenementen in georganiseerd kunnen worden.


Harry speelt akoestisch. Het is even wennen, deze kerk is wat groter dan destijds in Woltersum. Volgens hem zou het erg galmen bij versterking. Al gauw neemt hij me met zang en gitaarspel weer mee.
Hoewel ik bijna alle nummers inmiddels ken, word ik toch weer geraakt door een aantal. Vooral bij het liedje over zijn moeder kan ik het gewoon niet droog houden. Stiekem veeg ik mijn tranen weg, hopende dat niemand het ziet.
Zo’n bijzondere middag weer, stel je voor er zijn hooguit 30 mensen.






Na afloop praat ik nog met wat mensen in de kerk. Men is erg gedreven om dit gebouw te bewaren en ik luister graag naar zulke verhalen. Ik praat met de moeder van Simon, degeen die de website onderhoudt en ik vind het geweldig, die saamhorigheid en die verbondenheid te werken aan een gezamelijk doel. In een plaatsje, Wildervank,  waar ik nog nooit van gehoord heb. Simon is verbaasd dat deze plaats toch redelijk makkelijk met openbaar vervoer bereikbaar is. Hij moet terug naar Stad en biedt ons aan om mee te rijden. Dat doen we natuurlijk graag!



zaterdag 10 september 2011

Kleurrijke medemensen

Na een zelfgebakken stokbroodje vol met zaden en pitten (verser kan bijna niet) en belegd met romige brie, hebben we de trein naar Groningen genomen.
In de volle coupé zit een flink aangeschoten vrolijkerd, in een strak pak en met flitsende schoenen aan. Hij heeft een tasje van Hugo B. bij zich. Hij stelt impertinente vragen aan de medereizigers. Waar kom je vandaan, waar ga je heen, waar werk je .... Op een enkele passagier na, die zich zichtbaar kapot ergert, hebben de anderen er toch wel schik in, er hangt ook wat spanning in de lucht: als je zelf maar niet het onderwerp van zijn aandacht wordt.
In de Spits, Pers en Metro blijkt voor veel mensen opeens heel veel interessants te staan.
Hugo B. kijkt met pretogen rond op zoek naar een volgend slachtoffer. Op het T-shirt van Man staat ‘No time to waste’, dat wordt enkel keren luidruchtig opgelezen. Vervolgens wordt Man er op doorgevraagd: Is dat een liedje, hoe kom je aan dat shirt, waarom draag je dat. Man geeft op elke vraag rechtstreeks antwoord. Het volgende slachtoffer is een jonge knul, schuin achter ons. Waar ga je naar toe, waar kom je vandaan, werk je? Ja, ik werk zegt de knul. Waar dan? Bij V&D.
Zo wordt hij verder aangesproken: Hee Vee-en-Dee, heb je een vriendin? Nee? Dan zit je hier goed, het zit hier vol met kippen.
De bedoelde ‘kippen’ schieten in de lach. Hij is lastig, maar ook erg leuk. Hij begint zich wat te verontschuldigen en legt uit: er werd een nieuwe winkel geopend, proseccootje hier ... proseccootje daar, niks gegeten, biertje er achteraan. We knikken begrijpend. Bij zijn bestemming aangekomen, groet hij iedereen uitbundig, met nog even alles benoemen wat hij opmerkt aan kleding, kapsel e.d. Dan stapt hij zwierig uit.

De rust is weergekeerd in de coupé. Een liefogend dametje in het zwart stapt in. Met zachte, vriendelijke stem doet zij kond van haar stellige overtuigingen. Ze is erg in de Here Jezus. De nette heer die tegenover haar zit, luistert beleefd naar haar dwingend betoog, en werpt mij zo nu en dan een veelbetekenende blik toe.
Eigenlijk vind ik haar manier van doen veel onaangenamer dan die van de net uitgestapte Hugo B.
Maar ook zij verlaat de trein al snel en de rest van de reis brengen we rustig lezend en soms wegdommelend door.
Als we station Groningen binnenrijden, maakt m’n hart altijd een klein sprongetje, het is gek, maar het voelt een beetje als thuiskomen. We checken in bij Budgett, worden daar als oude bekenden ontvangen, dan spoedden we ons naar Marleen, we zijn uitgenodigd voor een feest daar.
We ontmoeten nog weer een kleurrijk persoon. Hij noemt zichzelf een verlichtte dichter met de naam SPADE: Stichting Poëzie Aan De Een- en/of Eerzamen. Hij schrijft wat voor me op een bierviltje, ik zal het plaatsen in Dinsdag Dicht. Het werd nog laat, deze fijne avond bij Marleen.




donderdag 8 september 2011

Lekker lezen


De Dikke Komrij is binnen, dit eerste deel heb ik tweedehands aangeschaft.
DAS magazin is een literair tijdschrift dat door crowd funding gerealiseerd is.

En nu ga ik om mijn vrije dag lekker lezen (d.w.z. na het stofzuigen, was ophangen en boodschappen doen).

dinsdag 6 september 2011

Dinsdag Dicht (29)




Groningen is muziek
ik hoor muziek
in Groningen
overal
al eeuwenlang
als je buiten bent
of binnen
overal is muziek
mensen dansen en zingen
over de boomtoppen naar
de wolken
door de straten
van Groningen
in het plantsoen
overal dansen
en zingen mensen
ze zijn gelukkig en vrolijk
net als ik
Groningen is muziek


Sifra Kramer,
een meisje uit groep 7 is de eerste kinderdichter van Groningen!

Geweldig hè.


vrijdag 2 september 2011

Tomaten


Vorig jaar had ik aan de weg in Westernieland een tomatenplantje gekocht, omdat dat plantje op de achterbank gekoesterd werd tijdens onze tocht door Groningen, kreeg het een naam: Freek.
Het was mijn eerste tomatenplantje en tot mijn plezier kwamen er al gauw groene tomaatjes aan. En toen werden ze geel, prachtig hoor, maar wat duurde het lang voor ze rood werden ... ik wist toen nog niet van gele tomaten.
Het waren heel erg lekkere tomaten. Helaas vergat ik zaadjes te bewaren.

Wel had ik wat zaadjes uit rode romaatjes en gestreepte tijgertomaatjes gehaald. Ik las allerlei ingewikkelde toestanden om dat zaad te bewaren, maar ik had ze alleen afgespoeld en op een stukje keukenpapier laten drogen. Ging prima. Ik zaaide ze dit voorjaar in de rondeeleierdoosje.


De oogst dit jaar is een feestje, een stroom van heerlijke snoeptomaten. De groene die er af vallen, rijpen op een bordje na.
Zonder kunstgrepen en zonder nare beestjes, met misschien wel wat  weinig zon en teveel regen. Ik geniet van m’n eigen teelt mooie en lekkere tomaatjes.



Bij de beelden van de tomatengevechten in Spanje krijg ik wel een dubbel gevoel, het ziet er geweldig uit, maar is wel voedsel ... en ergens op de aarde was daar toch een groot tekort aan?



donderdag 1 september 2011

Red Hat Society


Bent u ze wel eens tegengekomen?
Dames in het paars gekleed, met rode hoeden? Uitbundig, bizar soms, met veren boa’s, handschoenen en glittersieraden?
Dat zijn leden van de Red Hat Society. De Red Hat Society is overgewaaid uit de VS en heeft al in veel steden een afdeling, chapter genaamd, en wereldwijd miljoenen leden.
Naar aanleiding van het gedicht ‘Warning’, eergisteren in Dinsdag Dicht, hier wat meer informatie.

In 2005 stond een artikel in het NRC Handelsblad:
De Red Hat Society is min of meer toevallig ontstaan. Geïnspireerd door het gedicht ‘Warning’ van de Engelse dichteres Jenny Joseph uit 1961 had ene Sue Ellen Cooper uit Californië een vriendin, eveneens in de vijftig, een rode hoed cadeau gedaan. In dat gedicht waarschuwt de ik-figuur dat ze ongepaste dingen gaat doen als ze oud is, bijvoorbeeld in het paars gekleed zal gaan met een rode hoed erbij ‘die me niet staat en me niet past’. Met andere woorden: lekker puh.
Toen Cooper met een groep vriendinnen een keer thee ging drinken, deed de hele groep voor de grap een rode hoed op. Weer andere vriendinnen hoorden ervan en deden hetzelfde. Na publicaties in een paar kranten en tijdschriften en een uitzending van de Today-show in 2000 was een beweging geboren.
Lees hier het artikel verder.

Werd er in het artikel nog over 12 afdelingen in Nederland gesproken, inmiddels zijn er wel honderd chapters!
Degene die een plaatselijk chapter opricht wordt de Queen genoemd. De leden, die 50 jaar of ouder zijn, heten Red Hatters en kiezen een naam en een (adellijke) titel. Ook de chapters zelf hebben vaak prachtige namen. De enige regel is een rode hoed en paarse kleding. In de maand dat je jarig bent mag je het omdraaien, dus een paarse hoed en rode kleding.
Vrouwen die nog geen vijftig zijn kunnen zich al aansluiten en worden Pink Hattertjes genoemd, zij dragen een roze hoed en lila kleding tot hun 50ste verjaardag. Zo is het juist een feest om 50 jaar te worden, want dan mag je eindelijk die langgekoesterde rode hoed op.


Vrouwen van middelbare leeftijd hebben naast werk, zorg voor kinderen, gezin en huis en (misschien nu ook) de zorg voor ouders, dragen maatschappelijk bij, doen vrijwilligerswerk. En we blijven dat doen, natuurlijk, maar één keer per maand gaan we los met ons chapter en één ker per jaar landelijk. Het gaat bij de RHS om plezier en vriendschap na je vijftigste. Verder geen enkele andere doelstelling.


Juist in deze tijd dat jong en mager het overheersende schoonheidsideaal is, lijkt het of vrouwen van 50+ niet meer mogen meetellen, onzichtbaar moeten zijn, grijze muizen. Er bestaan zelfs lijstjes van welke kleding je niet meer zou mogen dragen, hoe lang je haar nog mag zijn! Wie verzint die lijstjes? Met welk doel? Waarom doen sommige vrouwen of die lijstjes wetten zijn waar je je aan moet houden? Waarom zijn wij vrouwen zo streng voor elkaar?


Daar hebben wij Red Hatters geen zin in! Je lekker uitdossen in bizarre, gekleurde kleding, over the top met rode hoeden, boa’s en sieraden en samen plezier maken en ... een nog niet eerder ontdekte persoonlijkheid komt plots boven. Je moet wel een beetje over een bepaald soort gekte beschikken.
En hoe oud je ook wordt, meisjes houden nog altijd van verkleedpartijtjes.


Wat leeftijd betreft, bekijk ook eens dit stukje van deze grootmoeder op youtube.
En hier een interview met haar. Ze zou best een Red Hatter kunnen zijn!

dinsdag 30 augustus 2011

Dinsdag Dicht (28)


Warning

When I am an old woman I shall wear purple
With a red hat which doesn't go, and doesn't suit me.
And I shall spend my pension on brandy and summer gloves
And satin sandals, and say we've no money for butter.
I shall sit down on the pavement when I'm tired
And gobble up samples in shops and press alarm bells
And run my stick along the public railings
And make up for the sobriety of my youth.
I shall go out in my slippers in the rain
And pick flowers in other people's gardens
And learn to spit.

You can wear terrible shirts and grow more fat
And eat three pounds of sausages at a go
Or only bread and pickle for a week
And hoard pens and pencils and beermats and things in boxes.

But now we must have clothes that keep us dry
And pay our rent and not swear in the street
And set a good example for the children.
We must have friends to dinner and read the papers.

But maybe I ought to practice a little now?
So people who know me are not too shocked and surprised
When suddenly I am old, and start to wear purple. 




Jenny Joseph
Haar gedicht 'Warning' uit 1961 inspireerde tot het onstaan van de Red Hat Society.

vrijdag 26 augustus 2011

10.000 pageviews

De prijs is inmiddels uitgereikt. Sneller dan ik had verwacht. Ik zat vanmiddag met de laptop op schoot, het was nog een soort spannend, te kijken hoe de teller versprong: 9996 ... 9999 ... 10.000 ... 10.001, haha.
Frans, gefeliciteerd, de tegoedbon is naar je onderweg!



donderdag 25 augustus 2011

Bijna 10.000!


Ik heb op mijn blog twee tellertjes die het aantal pageviews aangeven.
De eerste is van Blogger en de tweede van Statcounter.
De aantallen verschillen omdat ik de Statcounter op een later tijdstip heb ingesteld en ik denk dat ze op verschillende wijze tellen.
De Bloggerteller staat op het moment dat ik dit schrijf op 9862.

Als je mijn blog leest en je ziet op deze teller het getal 10.000 staan, maak daar dan een foto van, mail die naar me en meld je aan bij ontdekkers (volgers).
Ik verloot onder de deelnemers een prijsje: ik betaal twee drankjes voor je in Café Marleen in Groningen.


dinsdag 23 augustus 2011

Dinsdag Dicht (27)


Gedicht

Zo één te schrijven: als een handschoen
over vingervlugheid, maar traag, traag.
Zéker van de koude daarbuiten
en dat het hiér warmer moet blijven.

Zo één te drukken: eerlijk en durend,
ook al sneeuwt het vraagtekens.
Eén voor alle tijden, waar geen maat
op staat, een eeuwige afdrager.

Zo één die past op de leest
van gemoed, gewogen tot op de gram
en net niet te dicht bevonden
door al wie regelmatig leest.

Geef me die hand, dat gedicht.
Het moet als een huid over huiver
schuiven en bevatten wat niemand
kan zeggen of schrijven.

Het moet beklijven.





Dit gedicht heb ik uit De 100 beste gedichten van 2000 en is uit de bundel Linkerhart van de Vlaamse schrijver Joris Denoo.



zaterdag 20 augustus 2011

Dichtkennis (2)


Nou, ik heb me wel iets op m’n hals gehaald, verdiepen in de dichtkunst.
Daar ben je wel een poosje zoet mee. Maar vooral lastig ook: daar iets over schrijven, de juiste woorden vinden om een gevoel te verklaren.
Als je me vraagt maak eens een visualisatie van een dichter, dan krijg ik een plaatje in mijn hoofd van een vriendelijke, zachtaardige, wat zonderlinge man. Iemand die op een zolderkamertje zit, met hartepijn peinzend uit het veluxraampje staart. Dat slaat natuurlijk nergens op.

Ik heb zes dichtbundeltjes in mijn boekenkast staan. Dat is gelukkig niet veel, het is voorlopig genoeg. Eerst deze weer herontdekken, dan verder.
Drie heb ik ooit cadeau gekregen en drie zelfgekocht. Eén van die drie zelfgekochte was ik helemaal vergeten, hij stond in de tweede rang (u weet nog, dubbele rijen in mijn boekenkast). Het is een bundeltje van de Stichting VSB Poëzieprijs: De beste gedichten van 2000 gekozen door Theo de Boer. Toch niet niks, zou je denken.

Hoe kom ik er aan? Gek is dat, ik weet het niet meer. Niet cadeau gekregen, want het prijsje zit er nog op (ƒ 20,50 / € 9,30). Dus ik heb in het jaar 2000 een boekje met gedichten gekocht. Veel geld wel, voor zijn dun boekje. Waarom? Ik was er toen niet zo mee bezig. Gedichten raakten me wel, maar vaker vond ik het elitair, arrogant ego-gedoe, want ik snapte er niks van.

Dit boekje deed me toen zeker iets? In de inhoudsopgave heb ik met potlood puntjes bij 21 van de 100 gedichten gezet. Die vond ik toen blijkbaar mooi.
Ik had het boekje mee, in de trein naar Groningen, afgelopen zondag, dus heerlijk 135 minuten de tijd om te lezen. Die 21 aangevinkte gedichten vind ik nog steeds of opnieuw weer erg mooi.
Ik ga niet ‘slordig lezen’, ik lees naast deze voorkeur ook de andere gedichten en probeer een antwoord te vinden waarom het ene me wel aanspreekt en het ander niet. Zegt het iets over het gedicht of zegt het iets over mij?

In het voorwoord van dit boekje staat: Gedichten lezen is gedichten herlezen. Herlezen bleek ook de meest praktische maatstaf voor het beoordelen. Wanneer één keer lezen volstaat, vervliegt het gedicht.
En: Veel lezers worden geïrriteerd door ‘moeilijke’ gedichten. De dichter zou zijn werk met opzet duister maken.

Ik begin netjes bij het eerste gedicht en het gaat al gelijk mis. Ik lees en lees en lees nog eens en snap er geen hout van. Ik probeer het echt ...
Er schieten vragen door mijn hoofd die me afleiden van de tekst. Waarom  zulke onleesbare zinnen, waarom die woorden, waarom die lay-out, met (voor mij) onduidelijke inspringingen en gebruik van rechte haakjes? Ik zit toch geen wiskunde te lezen!
Het voelt alsof ik een pot met woorden uit m’n handen heb laten vallen, ze op de grond alle kanten zijn uitgerold en ik wanhopig de leesbaarheid probeer terug te vinden.

Doorbladeren maar en dan gelukkig ook weer de mooie gedichten tegenkomen, hè ik moet er een beetje van zuchten. Waarom roepen ze toch zulke verschillende emoties op?

Een voorbeeld, deze van Jozef Deleu: uit de bundel Hazen troepen samen.


Waar het op aankomt

Waar het op aankomt
de trein die niet

voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.

Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.

Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over

de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.

Waar het op aankomt

gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.


Om me verder te bekwamen in en het begrijpen van de dichtkunst lees ik op internet ook wel literaire blogs e.d. Dat beeld van die dichter op zolder moet ik wel loslaten. Er verschijnt soms zelfs een beeld van wat nare, betweterige mannetjes voor mijn geestesoog. Wat kunnen ze elkaar afkraken! Dat geeft me een beetje dubbel gevoel ... dat doe je toch niet.
Kan je het vergelijken met schilderkunst? Ook daar heb je het: het ene spreekt je aan, het andere niet.
Zodra een deskundige uitleg geeft, bekijk je het opeens heel anders.

Als je op Wiki kijkt bij dichtvormen raak je helemaal zoek. Wat zijn er veel vormen! Weleens van een ‘flarf’ gehoord? Dacht je dat een ‘ollekebolleke’ iets simpels was? Vergeet het maar!
Echt vergeten hoor, want als ik me nu ook ga afvragen wat voor vorm het is, raak ik de weg helemaal kwijt.

Ik ben geen dichter, zelfs geen amateurdichter. Ik vind het wel leuk om zelf eens een haiku, een oude dichtvorm uit Japan, te schrijven. Als ik het ergens naar mijn zin heb, lekker buiten, dan willen ze nog eens zomaar ontstaan.

Tot ik bij Literatuurlog de ‘Nederlandse vereniging ter bestrijding van de haiku’ tegen kwam: Men noemt het daar een volstrekt overbodige vorm van poëzie en knutselpoëzie. Is het humor of gemeend?
Ik begon te twijfelen over mijn eigen maaksels. Zijn ze stom?
Voelde ik me aangesproken?
Alsof je bij Karel Appel zegt, dat kan mijn kleinkind ook…

Ach, welnee, het maakt me niet uit. Ik word toch wel blij van een zelfgemaakte haiku. De interesse is er, ik lees gedichten die op mijn pad komen, ik lees de literaire blogs… ik leer er ook wel van, maar ik moet vooral naar mijn gevoel luisteren en me niet zoveel aantrekken van de (eigen)wijze mannen.

Hoe kies ik dan een dichter in wiens gedichten ik me wil verdiepen? Ik zou bijvoorbeeld criteria kunnen aanwenden als: hij moet Belg zijn en van het sterrenbeeld stier … of hij spreekt me aan, letterlijk en figuurlijk … of hij is Grunneger en toevallig ook bloedjemooi, kijk dan ben je alweer een poosje van de straat!

Dit is trouwens mijn 200ste bericht!
Ik plaats ook regelmatig gedichten die ik mooi vind, of die iets met mij te maken hebben in label Dinsdag Dicht.
Laat je me eens weten wat jouw gedachten daarover zijn?



zondag 14 augustus 2011

Kleintje Songclub

Café Marleen
Het wordt een natte zondag als we de weersvoorspellingen mogen geloven. Wat doe je dan? De trein pakken naar Groningen, naar het allerleukste café, want daar is vanavond een 'Kleintje Songclub'. Kamer bespreken in BudGett hotel, lekker goedkoop.Voor zo’n kort nachtje doen we niet moeilijk, het is daar prima.

Bud Gett Hotel
Als we in Groningen aankomen, beginnen de terrassen net weer op te drogen, het heeft heel de ochtend geregend, maar als wij de stad inlopen komt de zon tussen de wolken door en kunnen we zelfs terrasjes pakken.
We maken een wandeling door de stad, er staan kraampjes met brocante en ik vind nog een oud roomkannetje voor mijn verzameling.


’s Avond naar café Marleen, altijd gezellig, een fijne avond, met aardige mensen en goeie muziek. We hebben een leuk filmpje gemaakt, maar dat houden we lekker voor onszelf.
Moet je zelf maar eens naar een live-muziekavond bij Marleen gaan!
Tegen vieren naar het hotel voor een paar uurtjes slaap, dan weer trein terug.
Veel plezier, weinig slaap, beetje houten kop, het was absoluut weer de moeite waard.

Hette Gubbels
Bert Hadders & de Nozems