Als de sneeuwklokjes eind januari weer verschijnen, komt er ook al een beetje lentegevoel.
De krokussen en de Cornus mas geven ook meer kleur, net als de Helleborussen en de Cyclamen.
Na een zoektocht van zo'n 10 jaar door de provincie ... zijn we er eindelijk gaan wonen in 2018!
Het begint steeds meer te kriebelen, ik moet de tuin in, want heel veel te doen! De nieuwe planten wurmen zich al door het herfstblad en de uitgebloeide restanten van vorig jaar.
Ik ben wel een mooiweer tuinier. Zelden de tuin in als het koud is en helemaal niet in de regen. Dat maakt wel dat ik nu erg achter loop. Hopelijk veel mooie dagen in maart, dan kan ik even doorwerken.
Het berkperk is klein en dus snel klaar. Tot mijn vreugde komen daar de Keizerskronen weer op, wel twee weken eerder dan vorig jaar!
In elk perk komen wel krokusjes voor.
Ik las ergens op internet dat de allermooiste sneeuwklokjestuin zich in Warffum zou bevinden, bij de oude pastorie. Omdat we op de terugweg van Uithuizen daar langskomen besluiten we even te gaan kijken.
We parkeren bij het prachtige eeuwenoude gebouw en vragen ons af of het een woning is of iets anders. Er staat nergens een verwijzing. Het ziet er wel bewoond uit. We proberen het hek, het is open. Een beetje opgelaten lopen we over het schelpenpad langs het gebouw. We kijken de achtertuin in en ik ben sprakeloos! Of het nu mag of niet, ik moet die tuin in!
Met een voorgevoel dat we elk moment weggestuurd kunnen worden, lopen we behoedzaam op het paadje met mooie bomen en bloeiende toverhazelaars. Als we naar links kijken zien we een veld met miljoenen, wat zeg ik ... miljarden sneeuwklokjes, nou ja, ontelbaar en werkelijk adembenemend.
We wandelen de hele tuin rond, met telkens een steelse blik naar het huis.
Ook vele winterakonieten, die zich zelfs tot in het schelpenpad uitbreiden. Verder dan de drie stuks in mijn eigen tuin ben ik nog niet gekomen. Ik blijf hopen.
Rechts van het huis is een moestuin met een prachtige oranjerie. Hier ziet het er wel erg privé uit. We horen stemmen en, een beetje opgelaten, lopen we terug.
We bewonderen nog snel even de Helleborussen en vertrekken dan weer.
Thuisgekomen ga ik direct informatie over de pastorie zoeken. Deze was zelfs een keer in het TV-programma Binnenstebuiten (alleen komt de tuin niet aan bod). Ook vond ik een uitgebreid artikel in het Friesch Dagblad.
Natuurlijk waren we op privé terrein en natuurlijk zijn we gezien. Blijkbaar zagen we er niet gevaarlijk uit en liet men ons maar gaan. Het is eigenlijk helemaal niet onze stijl, om zomaar een privé tuin in te lopen. Toch ben ik blij dat we dit hebben gezien, zo magisch mooi!
Ik wist het niet, gewoon vlakbij, wat wonen wij toch in een omgeving met ongelofelijk veel moois … gelukvinders, dat zijn wij!
Galantofielen (sneeuwklokfanaten) verzamelen bijzondere varianten. Er zijn erg mooie sneeuwklokjes te koop voor astronomische bedragen. In mijn tuin zie ik dat het er elk jaar meer zijn, maar wel allemaal dezelfde, de gewone sneeuwklok. Voor het eerst heb ik tien andere bolletjes gekocht, Galanthis ‘Viridapice’, geplant in Paal en Perk, een sneeuwklok met groene puntjes. Ze zijn wat later dan de gewone. Hopelijk breiden deze zich ook massaal uit.
Maar wanneer zijn sneeuwklokjes mooi? In grote getale! Dus of het nu de gewone of bijzondere varianten zijn, ze zijn vooral mooi in hoeveelheden van duizenden, misschien zelfs miljoenen.
In onze provincie zijn heel veel leuke activiteiten rond de sneeuwklokjes, vooral in Oost-Groningen, zie hier.
Deze morgen doen we de sneeuwklokjeswandeling, georganiseerd door IVN-Regio Noord, bij de Wytsemakooi in Uithuizermeeden. Al rijdende door een niet zo inspirerend landschap vol boerenloodsen en zicht op heel veel windmolens, zien we aan het eind van de weg wat auto’s en mensen staan. De stevige wind is vandaag ijzig koud.
Na de kennismaking stelt een van de gidsen voor om wat dichter bij de bomen te gaan staan en, oh, wat een verschil … even uit de wind staan.
Ondanks de kou is er veel animo, veel meer dan de aangegeven 30 deelnemers. Er zijn drie gidsen van Natuurmonumenten en we worden in drie groepen verdeeld. Onze gids is een begenadigd verteller.
De Wytsemakooi is de oudste eendenkooi van Groningen. Deze eendenkooi heeft een driehoekige vorm en behoorde ooit tot het bezit van de Rensumaborg. In eendenkooien werden tamme eenden gebruikt om wilde soortgenoten te lokken. Kooikershondjes joegen de eenden de vangpijp in en deze waren ter consumptie van de eigenaar van de kooi. Nu vinden we het wreed en mag het ook niet meer.
Maar de mensen die nu nog steeds eend willen eten beseffen niet dat de eenden die ze eten, in dichte schuren leven en in hun korte miserabele leven nooit water zullen zien. Dus misschien nog wel wreder dan wat die kooikers deden. Beter is helemaal geen eend meer eten. Ik vond het vroeger ook lekker, maar nu ik geen dieren meer eet, mis ik het niet!
| Een hele oude wilg |
| de toegang tot de eendenkooi |
De kooiker mocht ook wat eenden verkopen, maar de opbrengst was gering. Een kooiker begon met het kweken van stinzenplanten, want dat was in die tijd goede handel, met name de sneeuwklokjes. Reeën die de grond omwoelden zorgden dat de sneeuwklokjes door de hele eendenkooi verspreid werden.
Nu is het prachtige gebied rond de eendenkooi een sprookjesachtig plek, met miljoenen sneeuwklokjes. Straks zal het geel kleuren van het speenkruid.
Ondanks de koude snijdende wind was het een erg leuke wandeling, leuke gidsen, leuke mensen … heel inspirerend. Ik ga streven naar miljoenen sneeuwklokjes in mijn tuin.
Ook hier in mijn bescheiden tuin verschijnen steeds meer sneeuwklokjes. Wat een diehards, na drie stormen, heel veel regen, nachtvorst, wat dan ook, staan de steeltjes nog steeds monter rechtop! Door het keukenraam zie ik de klokjes vrolijk klingelen.
Een bevriend medeblogger die redacteur is van het Merne Magazijn, het tijdschrift van de Historische Kring De Marne, zocht voor de nieuwe uitgave foto’s van sneeuwklokjes op Oosterhouw.
Oosterhouw is een monumentale villa met prachtige landschapstuin, voor mij op fietsafstand. Ik kom er graag!
Ik mocht van de nieuwe eigenaren van het landhuis foto’s komen maken, op deze eerste prachtige dag van dit jaar.
Omdat de tuin nog niet opengesteld is, had ik de hele tuin voor mezelf. Ondanks dat er bomen omgewaaid zijn bij de laatste stormen, achterstallig onderhoud en er bijna geen glas meer in de kas zit, blijft het een betoverende tuin.
Miljoenen sneeuwklokjes. En lenteklokjes. Ook bloeien er vele winterakonietjes, die in mijn tuin maar niet willen. Van de vele bollen die ik plantte staan er nu nog maar twee.
Er bloeien ook al prachtige anemonen op Oosterhouw.
In de zeventiende eeuw had je de tulpenmanie. Het lijkt wel of er iets dergelijks aan het ontstaan is maar dan met sneeuwklokjes.
Er komen steeds meer Galantofielen, mensen die zoveel mogelijk verschillende soorten verzamelen. Tegen elke prijs. Je hebt sneeuwklokjes al voor een paar cent per stuk, maar ook van 20 tot meer dan 1000 euro per stuk. Ik vind een euro voor 1 zo'n bolletje wel het maximum. Bijvoorbeeld voor de soort met groene puntjes, Galanthus ‘Viridapice’, zou ik dat er wel over hebben. Ik zag deze mooie soort ook in de tuin van Oosterhouw: