Het leven begint weer in Tuin Engelwortel. Heel langzaam verschijnen de bloemen van cyclamen en sneeuwklokjes:
Kornoelje:
Al snel volgen de krokussen, ook fijn voor bijen en aanverwanten
Na een zoektocht van zo'n 10 jaar door de provincie ... zijn we er eindelijk gaan wonen in 2018!
Het leven begint weer in Tuin Engelwortel. Heel langzaam verschijnen de bloemen van cyclamen en sneeuwklokjes:
Kornoelje:
In juni 2020 hadden we in Perk-3 een speciekuip als vijvertje ingegraven. Dit jaar is een maatje groter aangeschaft, allereerst om de betonpoeren te maken voor de overkapping. Daarna heb ik de kuip goed schoongemaakt en apart gezet om de oude kuip te vervangen.
De laatste is namelijk een maatje groter. Omdat er van alles leeft in de kuip, dacht ik dat ze met wat meer ruimte wel blij zouden zijn.
Voorzichtig schep ik het grootste deel van het water uit de kuip. Hoe dieper ik kwam, hoe voorzichtiger. Op de bodem lag een laagje modder. Ook dat schep ik voorzichtig in een teiltje.
Henny begint ondertussen te graven, het gat wordt dieper en breder.
Twee reusachtige kikkers en een stuk of zes kleine kwamen te voorschijn. Een van die grote kikkers sprong weg, de tuin in. Verder waren er heel veel poelslakken, wat bootsmannetjes, waterkevers en larven van waterjuffers. De salamanders zag ik niet, maar die overwinteren op land, dus komen ze hopelijk volgend voorjaar weer.
Deze kikker kwam even kijken wat er allemaal gebeurt:
Bootsmannetje:
Eindelijk een zonnig weekend met stralend blauwe lucht. Wat heb ik hier naar uitgekeken! Hele weekend buiten in de tuin, waar alles hard groeit.
Dit jaar hebben de pimpelmezen gewonnen om in het cortenstaalhuis te broeden, het was nog even spannend, want er werd weer flink om gevochten met de koolmezen.
Veel hommels, nog weinig bijtjes, een enkele zweefvlieg. De citroenvlinder was de eerste vlinder, maar die vliegt zo snel, die krijg ik niet op de foto.
In de Kuip zag ik, behalve honderden waterslakjes, twee salamandertjes en een groen kikkertje. Zo’n mooi biotoopje.
De salamanders willen niet op de foto, hier zwemt er een snel weg:
Prachtige bloesem van de Perenboom en het Krentenboompje:
De Franse veldwesp (Polistes dominula) is, in tegenstelling tot de Duitse wesp (Vespula germanica) of de gewone wesp (Vespula vulgaris), niet agressief naar mensen toe. Ze zijn niet zoals de limonadewespen geïnteresseerd in zoetigheid. Ze hebben een angel, maar zullen niet gauw steken, alleen bij gevaar.
Je herkent ze aan de wat slungelige, lange achterpootjes.
Vroeger, op mijn dakterras in Gouda, kwamen er heel veel af op de drinkschalen en nu zie ik hier ook veel bij ‘de Kuip’. Dat is een ingegraven metselkuip, waarin heel veel poelslakken, watertorren en waterschorpioenen leven, met een rechtopstaande oude dakpan als noodhulp voor drenkelingen.
In de houten dragers van de pergola zie ik knabbelsporen. Ze knagen het hout fijn, maken er een papje van met water en gebruiken dat om hun nest te bouwen.
De vrouwtjes maken nesten op beschutte plaatsen. De larven worden gevoed met insecten. Zij scheiden een zoet stofje uit en dat is de brandstof voor de werksters. De limonade wespen doen dat ook, maar als de larven volwassen zijn missen de wespen dat zoet en gaan naar de terrassen en vallen ons lastig.
De Franse veldwespen voeden zich dan met de zoete nectar in bloemen, net als bijen en hommels.
De koningin is even groot als de werksters. Dit in tegenstelling tot koninginnen van bijvoorbeeld de gewone of de Duitse wesp, die altijd groter zijn dan hun werksters.
Als de koningin onverhoopt doodgaat, kan de volgende koningin het overnemen. Bij andere wespensoorten is een nest mislukt als de koningin sterft.
De nesten van de Franse veldwesp zijn open, en als je een nest gevonden hebt kun je deze ijverige werksters goed zien. Ze kijken ook terug. Het blijft mooi om ze te observeren, alleen is het me nog nooit gelukt een nest te vinden.
Maar mijn broer wel! Onder een afdakje vond hij een nest. Zo mooi! Rechts van de wesp zie je een eitje zitten.
Voor deze wespen hoef je niet bang te zijn, ze doen goed werk in de tuin.
De kleur van de Reigersbek (Erodium manescavii) in het Stenen tijdperk knalt er wel uit!
In het Witte perk, verschillende tinten wit. Sneeuwsteraster (Aster divaricatus) links en Echinacea 'Virgin' rechts.
De vaste stokroos is dit jaar wat minder uitbundig, het is ook wel erg vol daar. Ik denk dat ik ze volgend seizoen wat meer ruimte moet gunnen.
Een bel bij de poort, staat leuk, maar we horen hem niet ... de buurman wel.