zondag 21 juni 2026

Open Tuinen Estafette Groningen 2026


Ook dit jaar doe ik weer mee met de Open Tuinen van Groei&Bloei. De bewegwijzering is in ieder geval duidelijk.

De tuin is lekker vol, veel mooie planten en het lijkt mij erg leuk om te bezoeken.



Thymus pulegioides 'Tabor':



Kamperfoelie:


Er kwamen in totaal 16 bezoekers, niet veel, maar wel leuke mensen. Mensen die in ons dorp lang geleden gewoond of gewerkt hebben. Eén stel kwam naar aanleiding van het stuk in De Margriet. Voor de liefhebbers had ik een mangotaartje gemaakt.


Leuk was het dat een van de Dahlia's bloeide, een gestreepte:


Ook de muurplantjes bloeien dit jaar uitbundig. Sinds kort weet ik dat de Nederlandse naam van deze sedumsoort Tripmadam is:


Elk jaar zijn er altijd planten die extra aandacht krijgen van de bezoekers, dit jaar was dat het Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa), waar de tuin vol mee staat. Kon ik mooi uitleggen dat het de waardplant is van de Helmkruidvlinder en de Helmkruidbladwesp (die niet steekt).


De zalmkleurige Brandende liefde (Lychnis chalcedonica 'Carnea') krijgt ook altijd veel aandacht. Net als ik vinden de meesten deze mooier dan de vuurrode.



vrijdag 12 juni 2026

Columns uit Tuin Engelwortel (3)

Ruimte voor de zachte krachten


We willen onze omgeving graag netjes en veilig houden en dat is logisch. Maar soms schieten we in die ijver een beetje door. Zodra een plant prikt, jeukt of een slechte naam heeft, neigen we ernaar om alles over één kam te scheren. En dat is jammer, want de natuur om ons heen is vaak een stuk genuanceerder dan we denken.


Neem nu de berenklauw. De verhalen over de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) zijn bekend: een reusachtige plant die hier oorspronkelijk niet thuishoort, de boel overwoekert en nare brandwonden kan veroorzaken. Die moeten we dus inderdaad heel gericht aanpakken!

Maar in de schaduw van die reus groeit ook onze inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium). Een slag kleiner, volkomen onschuldig en een absolute magneet voor wilde bijen, hommels en zweefvliegen. Als we uit angst álle berenklauwen gaan maaien, verliezen onze lokale bestuivers een heel belangrijke voedselbron.

 

Iets soortgelijks gebeurt er met de distels. Vraag een boer naar de akkerdistel (Cirsium arvense) en de frustratie is volkomen begrijpelijk: op een akker is het een hardnekkige woekeraar. Maar die terechte zorg slaat soms per ongeluk over op alle andere soorten. Terwijl de distelfamilie ondergronds juist een fantastische functie heeft. Met hun krachtige, diepe penwortels breken ze compacte grond open. Ze beluchten de bodem en halen waardevolle voedingsstoffen en mineralen uit diepere grondlagen naar boven, waar andere planten later weer van profiteren. Het zijn, kortom, de natuurlijke ingenieurs van onze bodem. 

 

Laatst stond er net buiten mijn tuin een prachtige inheemse gekroesde melkdistel, in de biologie bekend als de Sonchus asper. Een architectonisch kunstwerk van de natuur, met diep ingesneden bladeren en zachtgele bloemen. Die bovendien helemaal niet op akkers groeit. Sterker nog: deze plant dient als een cruciale waardplant voor specifieke vlinders, die er hun eitjes op afzetten zodat de rupsen ervan kunnen eten. En we weten allemaal hoe moeilijk de vlinders het nu hebben.


Helaas vond iemand het nodig om deze plant omver te halen, waarschijnlijk met de beste bedoelingen om ‘onkruid’ te bestrijden. Het deed me een beetje pijn. Niet uit boosheid richting de dader, maar omdat het zo zonde is van die spontane schoonheid én die nuttige bodemkracht in onze bermen. 

 

Onbekend maakt soms onbemind. Als we ons net iets meer verdiepen in het groen om ons heen, ontdekken we dat veel ‘onkruid' eigenlijk prachtige bondgenoten zijn. Laten we samen de echte exoten aanpakken, maar de zachte, nuttige krachten van onze eigen natuur wat vaker de ruimte geven. Dat maakt het groen van onze omgeving net even wat kleurrijker.



Eerder columns uit Tuin Engelwortel vind je hier en hier.