De stekelige waarheid over bramen
Ik hoor en lees weleens het verzoek om bramen uit je tuin te verwijderen. Ook in onze bosjes verdwijnen ze.
Natuurlijk begrijp ik dat stekelige takken langs paden onhandig zijn. Maar stel je eens voor dat we toch een hoekje zouden reserveren voor deze ecologische krachtpatser? Want als we deze prikkende struiken wegnemen, missen we de belangrijke rol die ze spelen in de natuur.
Al heel lang doet een misleidend verhaal de ronde: bramen (en brandnetels) zouden wijzen op een verslechterende natuur. In de stikstofdiscussie ligt de focus oneigenlijk op deze planten en leidt het af van de werkelijke, ernstige gevolgen van stikstofdepositie. Laten we het liever hebben over het landschap dat verstomt, over de vogels en insecten die verdwenen zijn. Dát zijn de échte gevolgen van stikstof.
Zet een bramenkenner op een willekeurige plek en hij zou aan een struik kunnen zien in welk deel van Nederland hij is. Terwijl er honderden inheemse soorten zijn, die bijdragen aan de diversiteit, is er één soort die we wél moeten bestrijden: de invasieve Dijkviltbraam.
Bramen zijn een belangrijke voedselbron voor talloze dieren. Ze fungeren niet alleen als nectarbron, maar vormen ook schuilplaatsen en nestgelegenheid voor diverse vogels, zoogdieren en boomkikkers. En dan zijn er nog de heerlijke vruchten. Die worden niet alleen door de mens geplukt, maar worden ook door vogels en enkele zoogdieren gegeten.
Pioniersplanten groeien als eerste op open plekken en helpen zo de bodem te verbeteren en creëren een basis voor andere planten.
Rienk Jan Bijlsma, onderzoeker aan de WUR, heeft een uitgebreide brochure geschreven over bramen in ons land. Hij roept natuurbeheerders op zorgvuldiger met bramen in hun natuurgebieden om te gaan en niet te snel de bosmaaier ter hand te nemen. “Natuurlijk zijn er situaties waarin je wilt ingrijpen, bijvoorbeeld als er door verdroging metershoge bramenstruiken staan. Maar in de meeste situaties zou je bramen moeten waarderen en het vooral zo moeten laten.”
Bramen zijn een wezenlijk onderdeel van de Nederlandse natuur, in ons klimaatgebied hoort braam er gewoon bij. Misschien is het tijd om onze kijk op de braam te herzien en de inheemse soorten de plek te geven die ze verdienen in ons landschap. Met een beetje sturing kunnen we er allebei van profiteren: de natuur én wijzelf.
Bromberen in het Duits, Blackberry in het Engels en Brommels in het Gronings. En zo brengt de braam niet alleen ecologische waarde en inzichten van wetenschappers, maar ook dierbare herinneringen. O, bramenplukken … de fijnste jeugdherinneringen komen dan boven.
Toen wij hier zes jaar geleden kwamen wonen, was ik verrukt dat het dorpsgroen bestond uit twee lokale bosjes, vlak achter ons huis. Dat wordt bramenjam koken, dacht ik! Want laten we eerlijk zijn, zelfgeplukte bramen smaken toch het allerlekkerst in de jam of een crumble?
Verbaasd kwam ik erachter dat er geen enkele braam te vinden was.
Tot de volgende column!
Deze column is eerder geplaatst in het dorpskrantje Lutje Kraantje van mei 2025



Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Graag geen anonieme reacties!