zondag 15 juni 2025

Oranjetipje

Look-zonder-look (Alliaria petiolata) en de Pinksterbloem (Cardamine pratensiszijn waardplanten voor het Oranjetipje (Anthocharis cardamines). Ik laat ze altijd staan in mijn tuin.

De bloemen van de Pinksterbloem smaken heerlijk pittig en ik garneer er menig gerecht mee.
De jonge blaadjes van Look-zonder-look smaken lichtjes naar knoflook. Lekker in een salade.

Bij de Look-zonder-look keek ik altijd onder het blad of ik eitjes zag, maar vond er nooit een. Ik knipte na de bloei de zaden weg tegen al te veel uitzaaien. 

Tot ik leerde dat de vlinder juist het eitje op de bloem legt en dat de rups leeft van de zaadjes in de hauwtjes!

Op 15 mei zag ik opeens een eitje! Ze leggen er meestal eentje per plant. Het eitje is eerst wit, maar kleurt al snel naar oranje. Nu ik weet waar ik moet kijken, zie ik gelijk vier eitjes bij een bosje planten in het Zuiderperk. 

Hier een eitje en rechts een lichtoranje rupsje:


De rupsen kleuren langzaam van lichtoranje naar groen, maar ze zijn zo klein, amper een centimeter, dat ik ze niet scherp op de foto krijg:

Ik ga elke dag kijken of deze vier er nog zijn. Ik zou ze wel willen beschermen. Maar dat kunnen ze prima zelf, ze zitten langs een hauwtje en zijn amper te zien. Je kunt ze vinden door een aangevreten hauwtje te zoeken. Na ongeveer twee weken zien ze er zo uit:



Na weer een week:




Opeens zijn ze verdwenen. Hopelijk hebben ze zich verpopt. Ik dacht eerst dat ze naar beneden zouden gaan en dan de grond inkruipen. Ze kiezen voor waardplanten die vlakbij bomen en struiken staan en daar verhuizen ze naar toe om te verpoppen. Die poppen zijn moeilijk te vinden, een driehoekje geplakt aan een stam of tak en het lijkt op een doorn. Eerst groen, later bruin. Als het goed is worden volgend jaar april een aantal Oranjetipjes in mijn tuin geboren.

Foto uit 2022, vrouwtje:



zaterdag 14 juni 2025

Wandeling eetbare planten in Domies Toen (3)

Domies Toen vroeg of ik weer een rondwandeling Eetbare planten wilde geven, net als in 2023 en 2024.

Daaraan voorafgaand werd op 31 mei een nieuw boekje gepresenteerd, waarvan Saskia Nieboer van de Groene Zon en ik een exemplaar kregen uitgereikt door voorzitter Annette Broekhuizen.



Bij de wandeling vandaag waren maar tien deelnemers, het was ook wel een erg warme dag. Maar wel allemaal erg enthousiaste mensen en het was weer erg leuk om te doen.

Ik kon de deelnemers ook nog wijzen op een rups van het Oranjetipje op Look-zonder-look. Henny had die een dag eerder ontdekt.

Leuk weetje: Sinds november 2023 wordt er regelmatig in de nieuwsbrief van Domies Toen een recept van mij geplaatst.


Wespen

In ons vogelhuis broeden elk jaar kool- of pimpelmezen. Ook dit jaar begon een paartje koolmezen weer aan een nest. Tot we opeens geen bedrijvigheid meer zagen. Na een paar dagen stilte toch maar eens binnenin kijken. Toen ik de nestkast opende vloog er een hornaar uit. Dus waren de mezen waarschijnlijk daarom vertrokken. Er was een begin van een nest.

 
Snel weer dicht gedaan. Wat nu? Het was in ieder geval geen Aziatische, maar de Europese, dus bestrijden is niet nodig. Maar op die plek, dichtbij de keukendeur? En straks al de tuinbezoekers die daar langs gaan?
Dit was het beginnetje dat de hornaar al gemaakt had:


Ik vroeg advies aan de Wespenstichting. Dit was het antwoord dat ik kreeg:


Beste Angelika,

Bedankt voor je melding. Voorlopig hoef je niks te doen. De kans dat dit nest er over een paar weken nog zit, is niet groot. Dus laat haar maar gewoon haar gang gaan. Koninginnen zijn schuw en niet agressief.

Mocht het nest er over een maand nog zitten dan zullen er werksters worden geboren die het nest groter gaan maken. We kunnen dan een afspraak maken voor een verplaatsing. We kunnen het nest binnen in je tuin verplaatsen, naar een rustig hoekje, of helemaal ergens anders heen. Dan nemen we het mee. Het vogelhuisje moet ook meeverhuizen maar die kan je aan het einde van het seizoen als het nest is uitgestorven, weer terugkrijgen. De kosten voor een verplaatsing liggen tussen de 25 en 50 Euro.


Nu is mijn vogelhuis ook een kunstwerk, dus dat ga ik niet mee laten nemen en liever ook niet verplaatsen. Ik heb een paar dagen de ingang in de gaten gehouden en zag geen activiteit meer. Toen ik het weer opende was de koningin er niet en ik heb haar ook niet meer gezien. Waarschijnlijk is zij net zo geschrokken van het openen als ik en dus naar elders vertrokken. Heeft het zich vanzelf opgelost. Ik heb het stukje hornaarnest verwijderd (wel bewaard) en de hele nestkast schoongemaakt. Misschien is het nog niet te laat voor meesjes om opnieuw te beginnen.

De Franse veldwespen zitten, net als vorig jaar, ook weer in de kas. Zo wonderlijk, op precies dezelfde plekjes, in de glazen pot en in het messenpotje. 
Net als vorig jaar worden ze in het begin onrustig als ik de kas binnenga, maar na verloop van tijd kennen ze me en is het oké. Gaat een ander de kas in, ontstaat er direct onrust.
Op die plek van hun keuze wordt het erg warm als de zon schijnt, maar daar hebben ze wat op gevonden. Ze gaan flink wapperen om het jonge spul te koelen. Omdat ik het zielig vindt dat ze zo hard moeten werekn, plak ik maar weer een krant op het glas, zodat ze wat schaduw hebben.


Dit is de stok van vorig jaar die in de glazen pot stond.


In de groene glazen pot:


In het messenpotje:


Alles herhaalt zich weer. De Helmkruidbladwesp is ook weer van de partij. Een poosje later
ontdek ik daar de larve van.




De Brede wespenorchis is ook weer verschenen in de pot bij de kronkelwilg, inmiddels al zo'n tien jaar. Nu maar hopen dat een wesp hem weer wil bestuiven net als in 2023.



dinsdag 10 juni 2025

Dinsdag Dicht (70) Paarse Morgenster

In 2022 zette ik een plantje Paarse morgenster in Perk Louis. Omdat het een tweejarige plant is, en alle zaden uitgewaaid waren, hoopte ik in 2024 weer van deze prachtige plant in de bloei te kunnen genieten. Maar niks hoor. Helaas.

Tot dit jaar! Ik zag de lange stengels al verschijnen, ik dacht eerst nog dat het gras was, maar toen herkende ik het. Ik telde er minstens zeven! In Perk Louis en in Perk Guilaume van het Le Roy-tuintje. De stelen waren nu sterker dan in 2022, ondanks de soms stevige wind, bleven ze rechtop staan.








Terwijl ik keek hoe ze open- en dichtgingen dacht ik gelijk aan het prachtige gedicht Morgenster van C.O. Jellema. Hoewel Jellema zelf niet in haiku-vorm schreef, hoop ik dat het de geest van zijn gedicht enigszins oproept. In de bondigheid van de haiku probeer ik de essentie van Jellema's poëzie te vangen èn de specifieke details van de Paarse morgenster.



Vrij naar C.O. Jellema (1936-2003):


Paarse morgenster

Zij aardt op slaperdijken

Sluit in de middag


Ik vraag aan Gemini wat hij ervan vindt:

De verwijzing naar het landschap: "Slaperdijken" is de Jellema-achtige toevoeging.

Het roept een specifiek, rustiek Gronings landschap op en verbindt de bloem met haar 'thuis'.

Het woord "slaperdijken" heeft bovendien iets melancholisch en tijdloos, wat goed past bij de contemplatieve aard van Jellema's werk. Het geeft de bloem een 'plaats' en een 'worteling'.


De subtiele personificatie "Zij aardt" geeft de bloem een zekere activiteit en aanwezigheid, alsof ze bewust kiest om daar te wortelen. "Aarden" is een mooi woord dat zowel fysiek (wortelen), als figuurlijk (zich thuis voelen, verbonden zijn) kan worden opgevat.


De typische cyclus, "Sluit in de middag" blijft de kern van de biologische eigenschap van de Tragopogon, maar door de eerste twee regels krijgt dit sluiten een diepere betekenis. 

Het is niet zomaar een feit, maar een handeling van een bloem die 'haar plaats' heeft gevonden en nu haar ritme volgt.



Om te voorkomen dat alle zaadpluis wegwaait, heb ik ook wat binnen in een vaas gezet.

dinsdag 3 juni 2025

Dinsdag Dicht (69)

Adem inhouden

Getuige van zwanenliefde

Een waterballet 





zaterdag 31 mei 2025

Columns uit Tuin Engelwortel (1)

De stekelige waarheid over bramen

Ik hoor en lees weleens het verzoek om bramen uit je tuin te verwijderen. Ook in onze bosjes verdwijnen ze.

 

Natuurlijk begrijp ik dat stekelige takken langs paden onhandig zijn. Maar stel je eens voor dat we toch een hoekje zouden reserveren voor deze ecologische krachtpatser? Want als we deze prikkende struiken wegnemen, missen we de belangrijke rol die ze spelen in de natuur.

 

Al heel lang doet een misleidend verhaal de ronde: bramen (en brandnetels) zouden wijzen op een verslechterende natuur. In de stikstofdiscussie ligt de focus oneigenlijk op deze planten en leidt het af van de werkelijke, ernstige gevolgen van stikstofdepositie. Laten we het liever hebben over het landschap dat verstomt, over de vogels en insecten die verdwenen zijn. Dát zijn de échte gevolgen van stikstof.

 

Zet een bramenkenner op een willekeurige plek en hij zou aan een struik kunnen zien in welk deel van Nederland hij is. Terwijl er honderden inheemse soorten zijn, die bijdragen aan de diversiteit, is er één soort die we wél moeten bestrijden: de invasieve Dijkviltbraam.

 

Bramen zijn een belangrijke voedselbron voor talloze dieren. Ze fungeren niet alleen als nectarbron, maar vormen ook schuilplaatsen en nestgelegenheid voor diverse vogels, zoogdieren en boomkikkers. En dan zijn er nog de heerlijke vruchten. Die worden niet alleen door de mens geplukt, maar worden ook door vogels en enkele zoogdieren gegeten.

Pioniersplanten groeien als eerste op open plekken en helpen zo de bodem te verbeteren en creëren een basis voor andere planten.


 


Rienk Jan Bijlsma, onderzoeker aan de WUR, heeft een uitgebreide brochure geschreven over bramen in ons land. Hij roept natuurbeheerders op zorgvuldiger met bramen in hun natuurgebieden om te gaan en niet te snel de bosmaaier ter hand te nemen. “Natuurlijk zijn er situaties waarin je wilt ingrijpen, bijvoorbeeld als er door verdroging metershoge bramenstruiken staan. Maar in de meeste situaties zou je bramen moeten waarderen en het vooral zo moeten laten.”

 

Bramen zijn een wezenlijk onderdeel van de Nederlandse natuur, in ons klimaatgebied hoort braam er gewoon bij. Misschien is het tijd om onze kijk op de braam te herzien en de inheemse soorten de plek te geven die ze verdienen in ons landschap. Met een beetje sturing kunnen we er allebei van profiteren: de natuur én wijzelf.

 

Bromberen in het Duits, Blackberry in het Engels en Brommels in het Gronings. En zo brengt de braam niet alleen ecologische waarde en inzichten van wetenschappers, maar ook dierbare herinneringen. O, bramenplukken … de fijnste jeugdherinneringen komen dan boven.


Toen wij hier zes jaar geleden kwamen wonen, was ik verrukt dat het dorpsgroen bestond uit twee lokale bosjes, vlak achter ons huis. Dat wordt bramenjam koken, dacht ik! Want laten we eerlijk zijn, zelfgeplukte bramen smaken toch het allerlekkerst in de jam of een crumble?

Verbaasd kwam ik erachter dat er geen enkele braam te vinden was.

 

Tot de volgende column!


Deze column is eerder geplaatst in het dorpskrantje Lutje Kraantje van mei 2025




dinsdag 27 mei 2025

Dinsdag Dicht (68)


Blauwe regen in bloei 

Hoe vluchtig is geur en kleur

Tot slot confetti





maandag 26 mei 2025

Koekoeksbloemen

Het viel me op dat de Dagkoekoeksbloemen in mijn tuin verschillende tinten roze hadden.

In het Moerbeiperk staan donkerroze Dagkoekoeksbloemen en in Perk Louis staan lichtroze en een witte, wat een Avondkoekoeksbloem blijkt te zijn.






Op de website Flora van Nederland kwam ik erachter dat Dag- en Avondkoekoeksbloemen kruisen met allemaal tussenkleuren als gevolg. 

 

Van de Avondkoekoeksbloem zijn de witte kroonbladeren overdag verslapt en gekreukeld, alsof ze uitgebloeid zijn, maar ’s avonds en ’s nachts zijn ze mooi fris en verspreiden een zoete geur die nachtvlinders aantrekt.



Via Obsidentify had ik bij de volgende foto een (onzekere) identificatie van Dagkoekoeksbloem x Avondkoekoeksbloem: S. dioica x S. latifolia, Silene x hampeana. Een Bastaard silene.



Dit plaatje vond ik op internet. De zaaddoosjes zien er verschillend uit. Als ze uitgebloeid zijn, geeft dat misschien zekerheid, ik ga er op letten.




donderdag 22 mei 2025

Logeer kipjes (1)

Een dorpsgenot heeft 4 kuikentjes en gaan een weekend weg. Wij mogen oppassen. Ze zijn nog heel klein en komen in een plastic bak.

De kuikens komen uit een broedmachine. De eigenaar had nog maar 1 hen over en hoopte dat zij een beetje wilde moederen. Maar zo werkt dat niet. Ze moet er weinig van weten.

Het is wel wonderlijk dat kuikens zonder moeder toch alles al weten. Overdag mogen ze in een soort ren in de keuken. Het is nog te koud om ze naar buiten te laten. Dan zouden ze wel een moeder nodig hebben, om onder te kruipen.

Het zijn kipjes van het ras Sussex. Alles wat ze doen is schattig. Je kunt er naar blijven kijken. Alles onderzoeken ze, ze willen ergens op springen en zitten elkaar na.

Als ‘werknamen’ hebben we ze Kwik, Kwek, Kwak en Kwok genoemd. De grote noemen we daarom Katrien. Waarschijnlijk zijn het 2 hennetjes en 2 haantjes.





 's Avonds gaan ze weer in de plastic bak, die we op een wamtematje hebben gezet. Uiteindelijk stopt het gepiep en gaan ze slapen.