woensdag 30 juni 2021

Tuin in juni

Wat een groeikracht in de tuin! De vijf kleine plantjes van Geranium ‘Spessart’ die ik vorig voorjaar plantte in Paal&Perk zijn gigantisch gegroeid.


Geranium ‘White Ness’ daarentegen groeit juist heel langzaam in het Witte Perk:


Het zijn beide macrorrhizum, dus zouden het overal goed moeten doen. Misschien komt het nog voor de ‘White Ness‘.
Geranium nodosum op Talud 2 vind ik ook een prachtige soort:


In Perk-1 neemt de Akelei weer een groot deel van het perk in, in allerlei kleurtjes:


Op vele plekken staat Lievevrouwebedstro nu in de bloei, een feestje om te zien. In het L-perk vechten ze met het Daslook om plaats en aandacht:

Ajuga reptans, Kruipend zenegroen wurmt zich daar ook nog tussen en het Gebroken hartje, Dicentra ‘Valentine’ houdt daarnaast dapper stand.



Alle vlieren staan in de bloei, en de rode begint dit jaar ook voor het eerst, prachtig die roze bloesem:


Blik op het Snipperpad met links de vele Boshyacinten en de flink groeiende Engelwortels en rechts de uitbundig bloeiende Hoornbloem:


Alles groeit gigantisch, we hadden warme dagen deze maand, maar ook ongelofelijke plensbuien.

Ondertussen zijn we een nieuw projectje begonnen, in de zijtuin komt een ommuurd tuintje met een knipoog naar Louis le Roy. Deze eigenzinnige man (1924-2012), die het tuinprincipe Ecokathedraal bedacht, is voor ons een inspiratie. Een ikoon in de jaren zeventig, daarna verguisd en vergeten, maar de belangstelling voor zijn werk en zijn filosofie neemt nu weer toe.
Hij was een pietje precies met stapelen, maar mijn Henny is denk ik nog preciezer, op de millimeter worden oude stoeptegels gestapeld:


Oude zooi krijgt een ‘kunstig’ tweede leven:
De door ons zo genoemde stoepa's, nog uit Gouda, komen weer van pas. Het zijn mooie oude keramisch verglaasde schoorsteenkappen en staan leuk op het muurtje.

Truus, een grijskleurige kunststof buste uit een lingeriewinkel, ooit gekocht op de rommelmarkt in Rotterdam, heb ik jaren bewaard om er ooit ‘iets mee te doen’.  Ze kreeg een laag primer en daarna werd ze gespoten met verf in roestkleur.
Nu mag ze in de Le Roy tuin, bovenop een restant van een Esdoorn, die van schrik spontaan ging uitlopen.



Een ander ding wat weer hergebruikt wordt is een grote aluminium plaat met ronde, bolle glaasjes. Het was, meen ik, ooit een project van een student die het achterliet in het atelier van Henny. Steeds weer meegesleept, van de verschillende ateliers, naar opslag enz. in afwachting tot het misschien weer opgehaald zou worden. Ook meeverhuisd naar Groningen. Ik bedacht dat het misschien wel leuk als tuinpoort zou zijn aan de rechterkant van het huis.
Er moest een stukje afgeslepen worden, het kreeg een houten frame (dat nog zwart geverfd zal worden) en voorzien van scharnieren. Mocht iemand het nog claimen als zijn eigendom, is het wel ietsje veranderd.




Al met al heel erg happy met de tuin en de opgeknapte uitbouw:








zondag 20 juni 2021

Herbouw aanbouw

De dakranden zijn inmiddels afgewerkt met zinken lijsten:

 

Begin juni zijn eindelijk de zonnepanelen teruggeplaatst.


De buitenkant van de aanbouw is nu wel klaar, alleen de hemelwaterafvoeren en regentonnen moeten nog geplaatst worden.








maandag 14 juni 2021

Een nieuw kippenverblijf (1)

Toen onze haan Ta december 2020 vanuit Paddepoel naar ons verhuisde, bracht hij zijn eigen (vrij nieuwe) huisje mee. De bedoeling was dat we dat een half jaartje zouden lenen en weer teruggeven als we een eigen hok gebouwd hebben. Dit leenhok was zo'n hok zoals je koopt bij zaken als Welkoop e.d. Je kunt dan onder de 200 euro klaar zijn. Maar zo'n ding gaat de twee jaar niet halen. Het is een schande dat men dit soort hokken met deze kwaliteit verkoopt.


We waren er natuurlijk blij mee, want we hadden nog niks, maar we wisten wel dat een goed functionerend hok niet te koop was. Ook niet als je zelfs duizend euro zou kunnen besteden. Het is allemaal bagger.

Dat half jaartje werd wat langer. Een eigen hok bedenken en maken is een proces van voortschrijdend inzicht. De eerste vereiste van een kippenhok is tochtvrij. Dit ding tochtte aan alle kanten. Een en al kier. Iedere kippenhouder krijgt wel een keer een uitbraak van bloedluis (geen luis, maar een mijt), die als miljoenen bloedzuigers je kipjes 's nachts leegzuigen. Dus moet een hok kier- en naadloos zijn, want daar verstoppen de bloedluizen zich overdag.

Na een half jaar begaf het scharnier van het leghok het. Vrij snel daarna regende het in. De schuif van het deurtje brak af. De bodemplaat begon te roesten en bol te staan, dus kon je hem ook niet meer uitschuiven om schoon te maken. Om het hok schoon te maken, moest je bukken, op de knieën en jezelf in de meest vreemde bochten wringen om overal bij te kunnen.
Ik maakte me al zorgen om dit ding weer terug te geven.


Na schoonmaak alle kieren behandeld met een spray op basis van Diatomeeënaarde, wat goed werkte. Hierna gelukkig geen bloedluis meer gehad.

Door dit hok wisten we in ieder geval hoe het nieuwe hok er niet uit moest zien. Mooi, maar ook makkelijk en snel schoon te maken, zonder verdraaide rug. Maar een man als architect gaat niet even iets in elkaar flansen. Nee, een tekening moest er komen, en een maquette en dan moest het programma van eisen nog uitentreuren besproken worden.

De plek was al gekozen, daar waar het altijd wat koeler is dan in de rest van de tuin. Zijdehoentjes kunnen beter tegen kou dan tegen hitte.


De naam Hoen's Broek komt van de Broek, de dubbele stam van de afgezaagde esdoorn die de basis gaat vormen voor de ren en van hoen. En ook een beetje een hommage aan mijn broer die in het verderop liggende Broek woont, hij heeft zoveel werk verzet bij dit project!

De contouren van Hoen's Broek:


De fundering in de maak:

Er komt nog kippengaas onder het gras van de toekomstige ren en dan gaat het volgend jaar pas weer verder.







maandag 31 mei 2021

Tuin in mei

Het derde voorjaar van onze tuin. Een heerlijke tijd breekt aan, de fijnste tuinmaand is toch wel de maand mei. Je ziet bijna alles groeien! 

De tulpen die ik vorig najaar aanschafte staan nu in de bloei, de ‘Peppermintstick’ in het Stenen Tijdperk en de ‘Spring Green’ in het witte perk. De lange roze en die ene roodgele -nog van de vorige eigenaar- zijn ook weer tevoorschijn gekomen, wonderlijk, want je leest vaak dat je tulpenbollen eruit moet halen, maar daar heb ik geen zin in.


De Peppermintstickjes in het Stenen Tijdperk, tussen Rotsschildzaad en Scheefkelk:


Een bijzonder bolgewasje en stinzenplant, Haarlems klokkenspel, doet het in het Witte perk:


Ook de eerste bloemen van de vaste Judaspenning verschijnen, vorig jaar waren ze helemaal door de slakken opgevreten, hopelijk gaat het dit jaar beter.


De prachtige donkere Ooievaarsbek:


Deze Franse veldwesp vindt iets van zijn gading op de knop van een Bergkorenbloem:


Angelica Archangelica, de Grote Engelwortel gaat na drie jaar eindelijk bloeien:


De Zwartmoeskervel in de moestuin lijkt wel wat op de Engelwortel:


Er bestaan ook knolooievaarsbekken, ze verschijnen vroeg in het voorjaar en in de zomermaanden verdwijnt de hele plant. Dit is Geranium tuberosum:


Volop appel- en perenbloesem:


De Gouden regen, die eerst dood leek en die ik dus flink gesnoeid heb, bloeit nu prachtig:


Al met al wordt het steeds voller ...


Helaas was deze maand mei frisjes, nat en weinig zonnig.


zondag 16 mei 2021

Nestjes

We zagen een stel merels al een tijdje het kleine houthok in en uit gaan. Er werd een nestje gemaakt. Als ze niet thuis waren gluurde ik nieuwsgierig tussen de houtblokken. Het perfecte nestje zat goed verscholen en was moeilijk bereikbaar. 
Helemaal aan de rechterkant onder de rand van het houthok zit het:

Als ik mijn telefoon uit het hoesje haal en aan de zijkant naar binnen houdt, kan ik een foto maken. Op 9 april liggen er vier mooie blauwgroene eitjes:

Op 26 april liggen er kleine frummeltjes merel in:


Ze groeien snel, hier is het 1 mei:


Op 8 mei zie ik 's morgens vroeg nog net nummer drie en vier uitvliegen:


Het cortenstalen kunstwerk is ook weer bewoond. Net als vorig jaar was er strijd tussen de kool- en de pimpelmezen en toen wonnen de koolmezen. Dit jaar wonnen de pimpelmezen. 
Te vuur en te zwaard wordt het nieuwe huis verdedigd. Ze waren er vroeg bij, hier een foto met de wildcamera op 20 maart:


Ik hoor de jongen zachtjes piepen, hier kan ik niet naar binnen gluren, dat zou teveel verstoren.

Gisteren zagen we een grote bonte specht aan het huis hangen en naar binnen gluren. Ik dacht nog, die doet toch niets, maar na speuren op internet kwam ik nare filmpjes tegen waarin een specht een pimpelmeesjong uit het nest sleurt. Ik wist dat niet. Ik zet vandaag de wildcamera aan om te kijken of hij terugkomt.

En inderdaad, met regelmaat komt hij het nest inspecteren, de boef! 



Is de kust veilig?

Gelukkig heb ik mijn eigen vogelverschrikker.


Als we het zien, dan jagen we de specht weg. Er zijn meerdere spechten hier, maar het lijkt steeds hetzelfde mannetje. We hebben een buisje over het stokje gedaan, het is glad en het rolt, misschien schrikt het de specht af.
Wat kan je verder doen, behalve er het beste van te hopen? Het is natuur en de spechten hebben ook jongen. Zouden zij er last van hebben dat het aantal insecten zo dramatisch is gedaald en ze dus naar andere voedselbronnen op zoek gaan? Dan zijn de spechten niet schuldig, maar wij mensen.