Dagelijks kijk ik even bij m’n ‘Statcounter’ naar de ‘Recent Keywoord Activity’.
Het is grappig om te zien hoe mensen via google (vaak onbedoeld) op mijn blog terechtkomen.
Het leukste zoekwoord van vandaag: ‘bert hadders over demente vrouw’.
Hoewel ik geregeld iets over deze (morgen) 50-jarige megaster uit Groningen schrijf, kwam de zoekende toch terecht op een blog over dementie.
Ah, u denkt nu misschien wat is de link? Dat is het übermooie nummer van de nieuwe CD De Coöperoazie … Slietoazie aan t benul.
Een omschrijving van zijn moeder voor dementie. Briljant.
Jammer dat die persoon niet even verder gekeken heeft, of de link naar Bert Hadders aanklikte. Hoewel, waarschijnlijk heeft hij/zij het gezochte wel gevonden, Bert Hadders en de Nozems zijn namelijk b o o m i n g op dit ogenblik. Men heeft het daar in het hoge noorden nergens anders meer over!
Ik ga het weekend in ieder geval even een poster scoren, en natuurlijk een gesigneerde CD. Wellicht twee, kan ik er ook een verloten onder m’n bloglezers …
Mijn clubje Redhatters kwam gistermiddag was strijken. Huh?
Haha, nee hoor het heet 'encaustic painting'.
We gebruiken een gewoon oud strijkijzer en fotoprintpapier. Het is een eerste uitprobeersel, maar we zijn gelijk enthousiast. Wat er gebeurt als je het strijkijzer op verschillende manieren beweegt. Wat je allemaal voor wonderlijks ziet in het resultaat! Na deze eerste kennismaking gaan we het zeker nog eens doen. En zoals altijd ... we hadden saampjes weer veel lol!
Nu zou je toch verwachten dat het storm loopt bij zo’n prachtige ‘vogelpovverd’. Maar nee hoor, hooguit hier en daar een enkel zonnebloempitje uitgepikt. Vogels hebben het moeilijk lees je overal, waarom komen ze dan niet bij mij eten? Ik vermoed dat we hier van doen hebben met verwende krengen. Ik had altijd van Vivara de Hi Energy zonder schilletjes, dat wilden ze wel, dure kost, maar nu ik de wat goedkopere zaadmengesel wil opmaken ... vrieskou en honger ...? Nee hoor, ze motten het niet!
Vanmiddag, op het werk, mag ik het oude brood meenemen? Niet het beste voedsel, maar je moet wat. Onderweg naar huis kom ik langs twee wakken:
Ha, wat een happening, eenden, meerkoeten, waterhoentjes en zwanen zijn zeer tevreden met het oude brood, ze eten gewoon uit mijn hand. Dankbare watervogels.
Behalve die ene aalscholver dan, hij kijkt me meewarig aan ... en ik zie hem denken ... waarom heb je nou geen visje voor me meegenomen?
Manlief deed gisteren met een groepje vrienden een dagje Film International, in Rotterdam. Dat is aan mij niet zo besteed, ik kan maar één film per keer aan en dan nog goed overdacht welke.
Ik ging naar de boekpresentatie van Daniel Dee bij boekhandel Van Gennep op de Oude Binnenweg.
We spraken daar af. Dat was nog even lastig want er was een sneeuwbuitje gevallen, dus was het hele treinverkeer ontregelt. Er reden geen intercitys meer, wel de sprinter, die ging een keer per uur.
Maar het is gelukt, ik kwam nog net op tijd aan. En de filmclub was er ook.
Zijn vrienden uit Groningen konden Rotterdam helaas niet bereiken, zie De Digitolle Grieze.
Van Daniel Dee ken ik de gedichten uit het Dichtclubboekje, ooit gekregen van Marleen en van het blog Kortsluiting. Vrouwen en ik eerst is zijn eerste prozaboekje.
Ik vond het leuk om het boekje aan te schaffen, uit nieuwsgierigheid en omdat ik helemaal nog niks heb van jonge schrijvers. En een aanleiding om nu eens wat van mijn boekenbonnen te besteden.
Uiteraard liet ik het signeren.
Ik weet nog niet of het wel wat voor me is. Ik heb al een paar verhalen gelezen, van de eerste twee hield ik er een beetje een rotgevoel aan over (van de inhoud, niet de manier van schrijven). Als ik nare dingen lees, blijft het zolang door m'n hoofd malen, zie ik het steeds voor me. Blijkbaar is het zo goed geschreven dat dat gebeurd, maar dat wil ik natuurlijk niet. Ik denk dat het een mannenboek is. Eerst maar verder lezen, ik kom er nog op terug.
Daarna ging ik met de filmclub mee (leuke mensen, eentje wordt erg gemist), we gingen borrelen bij Melief Bender (o, nostalgie), eten bij het prima restaurantje Open, tot slot nog een afzakkertje bij Floor.
Leuk hoor, ouderwets stappen in Rotjeknor.
Hopende dat de treinen weer normaal gingen, liepen we over het Schouwburgplein te glibberen, waar ik prompt onderuit ging.
Probeer dan maar weer eens bevallig op te staan, met de slappe lach en teveel wijn op.
Toen ik op de blog van Hendrikaeen grote groep bij elkaar schuilende zilverreigers zag, moest ik weer denken aan de winter van 2007.
Wij waren toen een paar dagen in Noord-Holland, we logeerden in Egmond aan Zee, wandelden door de duinen en bezochten natuurgebied het Zwanenwater bij Callantsoog. In dat weekend van 21 december was het sprookjesachtig mooi, alles had een wit randje gekregen.
We zagen een grote zilverreiger staan en stopten voor een foto en toen kwam er nog eentje aangevlogen:
Onderwijl kwam er ook nog een kleine zilverreiger bij staan:
Dat vonden we al bijzonder, maar toen kwam er nog eentje bij:
Daar stonden ze dan een tijdje, met z’n viertjes ... tot ze weer wegvlogen.
Wij reden weer verder, tot ik zei stop eens ... wat zag ik daar nou in de verte ...?
Inderdaad ... kamelen en dromedarissen!
Het waren magische dagen destijds.
Vandaag sneeuwt het hier ook, ik hoop dat het weer net zo prachtig wordt!
Men vroeg Rutger Kopland ooit, nadat hij een gedicht had voorgelezen: waar gaat dat gedicht nou eigenlijk over? Toen las hij het nog een keer voor.
Omdat ik op zoek was naar een DVD die ik aan het Zorgcentrum waar ik werk zou schenken, dook ik in de verhuisdoos met het opschrift: ‘CD-DVD-Video’. Ik vond al gauw wat ik zocht en bekeek gelijk alle andere vondsten.
Een paar jaar geleden, in 2000 denk ik, (jeetje, al weer 12 jaar geleden), kwam ik in aanraking met de experimentele film: De zee die denkt. Een film die internationale prijzen won.
Ook nu nog steeds bijzonder om nog eens te bekijken.
Een opmerkelijke film met optische illusies.
Illusie
Als we een tafel aanraken, voelen we niet die tafel. We voelen onze vinger en wat daarin gebeurt.
We voelen onszelf. En als u nu naar mij zou luisteren, luistert u niet naar mij, maar naar de trillingen in uw eigen oor. We horen ons eigen luisteren. Als we naar buiten kijken, zien we niet wat er búiten is. We kijken naar het beeld in onze hersenen. De wereld bestaat in ons hoofd.
Wij leven in één groot circus van zelfgecreëerde illusies. En we zijn daar zo heilig in gaan geloven, dat we nauwelijks nog kunnen zien dat ze illusies zijn. Dat hele idee dat we een ik zijn, een iemand, is een illusie.
Denk ik.
We zeggen: ik ben ik, ik ben een man, vrouw, ik ben een mens, vader van twee kinderen, schilder. Maar dat zijn ideeën en dat-wat-wij-zijn kán geen idee, geen gedachte zijn. Als we een gedachte waren, dan zouden wij verdwenen zijn op het moment dat die gedachte er niet meer is. De telefoon hoeft maar te gaan, wég gedachte. Maar we zijn er nog steeds. We zijn kennelijk iets wat we niet kunnen benoemen, want alles wat we over onszelf kunnen zeggen, is een gedachte.
Dus waar zit hem hem dan? Waar ga ik de fout in? Wie is die ik? Eén groot mysterie heb ik voor mezelf geschapen, één grote valstrik, één groot gezichtsbedrog - denkbedrog eigenlijk. We lijken op die boom in het bos die aan een andere boom vraagt: weet u misschien waar hier ergens het bos is?
En dan zoeken we naar allerlei methodieken, goeroes, spirituele meesters, of we zoeken binnen onszelf naar evenwicht, harmonie, rust, zelfkennis. Maar hoezo ‘zelfkennis’? Ik wil mijzelf leren kennen? Dat is alsof je thuis jezelf opbelt. Natuurlijk krijg je in-gesprek-toon.
Ik kan me voorstellen dat op het moment dat ik mijn ‘ik’ verlies, ik dan wérkelijk liefde wordt, werkelijk mededogen of werkelijk begaan met alles om me heen, maar dan ook alles. Want dan valt er voor mijzelf niets meer te verdedigen, er valt niets meer te halen, er valt niets meer tegen te houden. Het is onbaatzuchtig. Ik weet het, dat lijkt bijna onmogelijk. Maar krankzinnigheid is in deze wereld het normale geworden en het normale wordt als onmogelijk versleten.
Waar ik het over heb, is de normale staat van zijn. Dat is wat we eigenlijk zijn.
En verder valt er niks te zeggen.
Tekstfragment uit de film ‘De zee die denkt’ van Gert de Graaff
Vandaag heb ik van een groepje bewoners op een van m'n locaties afscheid genomen.
Ik ga na deze maand van drie baantjes naar twee. Een moeilijke, maar juiste beslissing.
Als het voor mij al zo zwaar is om afscheid te nemen, hoe moet het voor deze mensen zijn? Voor hen zijn veranderingen zo moeilijk. Ik heb ze allemaal even lekker vastgehouden en met een hoop vrolijkheid tranen kunnen voorkomen.
Tijdens het opruimen thuis vond ik nog een kaart van een dochter van een van mijn vroegere bewoners. Die tekst vind je op het internet in verschillende versies, maar de strekking blijft hetzelfde. Het raakt me steeds weer:
“Wat zie je zuster? Wat zie je?
Een oude kribbige vrouw, niet meer bij de tijd.
Een beetje onzeker, met starende ogen.
Een oude vrouw, die met haar eten knoeit en die geen antwoord geeft, als je met een harde stem tegen haar zegt “Ik wou dat je het nou maar eens probeerde.” Een oude vrouw die schijnbaar niets merkt van de dingen die jij doet.
Die steeds weer iets kwijt is, een kous of een schoen. Die zonder tegenstribbelen laat doen wat jij wilt. Die met wassen en eten de lange dagen laat vullen. Is dat wat je denkt? Is dat wat je ziet?
Doe dan je ogen eens open, zuster. Je kijkt niet eens naar me. Ik zal je zeggen wie ik ben, als ik hier zo zit. Als ik plas op jouw bevel en eet, wanneer jij het wilt.
Ik ben een jong meisje van tien, met een vader en een moeder, met broers en zusters die van elkaar houden .
Een bruid van twintig ben ik en mijn hart springt op als ik denk aan de belofte die ik deed.
Vijfentwintig ben ik, en ik heb zelf kinderen die me nodig hebben om een veilig, gelukkig huis te bouwen.
Een vrouw van dertig ben ik en de kleintjes worden snel groot, verbonden door banden die zullen blijven.
Veertig ben ik. Mijn zoontjes zijn volwassen geworden en uitgevlogen. Maar mijn man is bij me om te zorgen dat ik niet treur.
Vijftig ben ik - en weer spelen er kinderen op mijn schoot.
Dan komen de donkere dagen. Mijn man is dood. Ik kijk naar de toekomst en ik huiver van angst. Want mijn kinderen hebben nu zelf een gezin. Ik denk aan de jaren van liefde die ik kende.
Nu ben ik een oude vrouw.
De tijd is wreed. Het is een grap van de tijd, ouderen er als dwazen te laten uitzien.
Mijn lichaam is vervallen, gratie en kracht zijn verdwenen.
En er zit nu een steen op de plaats waar ik ooit een hart had.
Maar... binnen in dat oude karkas woont toch nog dat jonge meisje.
Soms klopt mijn oude hart wat sneller.
Ik herinner me de vreugde en de pijn.
Ik heb weer lief. Ik leef mijn leven opnieuw.
Ik denk aan de jaren die voorbij zijn, te snel vervlogen, en ik accepteer de harde waarheid dat niets kan duren.
Het was erg leuk. Harry zong een paar nummers die we nog niet kenden.
Door de manier hoe Harry zijn liedjes aan elkaar praat zat de sfeer er gelijk in en de mensen vonden het Gronings erg mooi.
Annemarieke zingt in het Engels, van haar vond ik vooral de nieuwe nummers mooi.
Geweldig was dat Harry en Annemarieke aan het eind van allebei een nummer samen deden.
Bijzonder hoor, zo’n optreden in iemands huiskamer, we hadden het reuze naar ons zin.
Omdat mijn broer in Utrecht woont, wandelen we na deze muzikale middag naar hem toe. Broertje kan fantastisch koken en uiteraard een wijntje erbij, genoten!
De eerste dag van het jaar. Naar traditie een rustig begin met een paracetamolletje en Garmisch Partenkirchen.
Ondertussen stoeltjes maken van de champagnesluitingen.
Ik ben niet geduldig genoeg om ze mooi te maken, wie wil, hier zie je hoe het moet. Op de foto en dan weggooien.
Dan deze middag weer verder met het sorteren van de boeken, niks een kastje per dag, de hele boekenkast ineens! Het grote ontrommelen gaat door dit jaar.
Wat geeft spullen wegdoen een vrij gevoel! De documentaire ‘Overal spullen, Tellen tot je er bij neervalt’ van Judith de Leeuw bij de Boeddhistische Omroep, heel inspirerend, ook hilarisch en confronterend.
Het is al fijn om in Galerie De Kroon in de Reiderwolderpolder op bezoek te zijn, maar daarnaast is er ook nog de Arbeiderswoning, in oude stijl ingericht met bedsteden. Bij dit huisje staan appelbomen van het oude appelras ‘De Groninger Kroon’, hier is de galerie naar genoemd.
Deze foto’s maakte ik van een bedstee in het huisje, toen we daar begin december dit jaar waren. Verstild sfeertje daar.
Heel lang uitgeslapen. Dan een kleine wandeling door Groningen. Het is heel stil, maar het reuzerad draait al, met amper iemand er in. Als het zo rustig is vallen allerlei dingen op, zoals mooie dakkapelletjes of bijzonder metselwerk. Op de Vismarkt staat een aparte boom van fietswrakken.
We gaan bij het Huis de Beurs lunchen en komen ook weer bekenden tegen. Dat is altijd zo grappig, zo ver van huis.
In de middag pakken we de trein terug, maar onderbreken de reis in Zwolle.
We gaan naar Museum de Fundatie. Daar is een tentoonstelling genaamd Meer Licht.
We maken een foto van de naam van de tentoonstelling:
Een man komt de trap op en vraagt: “Waarvan maakt u een foto? Ik zie niks.”
Als ik naar de muur wijs zegt hij: “O, van de titel, hm … indrukwekkend”
Ik denk dat hij het sarcastisch bedoelde. We moeten er wel om lachen.
De titel is ontleent aan de vermeende laatste woorden van Goethe.
Als ik bij een ruimte kom, waar twee dames op leeftijd in de deuropening staan, zegt de een tegen de andere, in een zwaar Gronings accent: “Er staat een vrouw achter je (dat ben ik) … die vind het interessant … ga eens opzij.” De aangesprokene maakt plaats, kijkt me nieuwsgierig aan en zegt schouderophalend: “Het is van een kopieerapparaat, aan zulke kunst ga ik mijn tijd niet besteden”. Humor.
En ironie, wat de kunstenaar beoogde.
Een bijzondere tentoonstelling, heftig soms ook. Ik heb wel alle informatie uit de folder nodig om te weten waar ik naar kijk. Een luchtfoto van Hiroshima, de dag na het gruwelijke bombardement, een perfect zeegezicht, maar wel de plaats waar de Herald of Free Enterprise zonk, hertjes die nu rondhuppelen bij het voormalige concentratiekamp Auschwitz.
Confrontaties tussen schoonheid en gruwel.
De video-installatie Long Goodbye van David Claerbout vind ik het allermooist, tijd die vertraagd wordt. Manipulatie van tijd en licht.
Daarnaast is er ook een expositie van Albrecht Dürer en Thomas a Kempis, Kunst en handschriften uit de tijd van de moderne devotie.
Ook interessant, maar ik kan niet meer alles in me opnemen, want het museum gaat sluiten.
Na deze kunstexplosie steken we over naar Grand Café Public, waar we wat drinken en er ook nog plaats blijkt om te blijven eten. We kiezen voor (o, sentiment) kaasfondue!