donderdag 10 december 2020

Ta en zijn hennen

Gistermorgen werd ik wakker en dacht: Was dat Ta die kraaide? We hebben zo’n drie hanen vlakbij, waarvan eentje die luid en veel kraait.

Ik ging om half 8 naar beneden, nog in badjas, maar wel met kaplaarzen en maakte het nachthok open. Ta kwam vrolijk te voorschijn, minder bangig dan de eerste dag en begon inderdaad met de buurhanen mee te kraaien. Ik had van zijn vorige kippenmoeder gehoord dat hij een zacht, timide geluid voortbracht. Nou dat viel wel mee, misschien door die buurhanen, maar hij kraaide er vrolijk op los, een paar keer per dag.

Tegen vier uur loopt hij het trapje op naar het nachthok voor zijn tweede nacht.

Vandaag gaan we twee hennetjes halen, een grijze en een witte met donkere vlekjes.

Ze zijn ongeveer 20 weken en ongelooflijk snoezig.


Ik heb een simpele konijnenren gekocht om de hennen in te zetten om te kijken hoe Ta reageert.

Hij raakte nogal opgewonden en de hennen kropen een beetje naar de kant.





Op een gegeven moment doe ik het deurtje van de ren open. Ta komt eerst nog niet naar buiten, maar na wat minuten wel en sprong gelijk op Pru. Die was daar niet van gediend.

Toen probeerde hij op Lucy te springen, maar die is zo klein, die paste achter het deurtje en daar kon Ta niet bij.






Ta ging weer naar binnen. Zo bleven ze elkaar een beetje bekijken. Met zachte dwang schoof ik de meisjes naar binnen. Ik heb ze druifjes en gedroogde meelwormen gevoerd en Ta pakte deze af, maar geen gespring meer.

Tegen vieren was gentleman Ta naar boven, het nachthok in. De meisjes zaten tegen elkaar aangekropen in een hoekje van de ren. Ik heb ze opgepakt en bij Ta in het nachthok gezet, dat ging goed, geen gefladder of geruzie.

Nog even door het raampje gluren en zie ze gezellig bij elkaar zitten. Slaap lekker!


Dit is Pru:


Dit is Lucy:


dinsdag 8 december 2020

Het verhaal van Ta


De Paddepoelsterhaan Jolder - oorspronkelijk afkomstig uit het Jolderenbos - kreeg een liefdevol thuis met twee hennetjes, Ta en To.

Maar To ging dood en Ta bleek een haan.

Jolder kreeg een ander toompje en Ta werd eenzaam.


Wat zou het lot van Ta zijn? Naar een onzekere toekomst, zelfs mogelijk de pan in?  Er werd een nieuw thuis voor hem gezocht. 


Ta was meer dan welkom bij ons in Kleine Huisjes en hij nam zijn Tahuis tijdelijk mee.

In allerijl werden vriendinnetjes voor Ta gezocht … en gevonden.

Al mijn kipjes krijgen namen van liedjes.

Zijn roepnaam blijft Ta, maar voluit heet hij nu Mr. Tambourine Man. Hij is ongeveer anderhalf jaar oud. Hier zie je die mooie man:


Omdat hij zo eenzaam was kreeg hij op z’n vorige adres een spiegel in zijn ren. Toen we Ta vandaag gingen halen kregen we die ook mee. Het hok was te lang voor onze auto, dus het leghok verwijderd, maar paste nog niet helemaal in de auto, zodoende gereden met de achterdeuren vast met een touwtje.



Ta op schoot in een kartonnen doos. Hij maakte zachte geluidjes. Thuisgekomen zo snel mogelijk het hok weer in elkaar gezet. Wat zijn de dagen toch kort, zo snel donker! 

Ta in het hok vrijgelaten, hij vond alles een beetje eng. Zijn spiegel neergezet en hij ging er gelijk voor staan. Je zag hem rustiger worden en toen liep hij langzaam het trapje op naar het nachthok. Dat had ik bedekt met wat hennepvezels.

Voor deze keer water en wat voer in het nachthok omdat het zo’n gekke dag was voor hem.

De ren heeft gaas op de bodem, fijn tegen gravende rovers, en om dat te bedekken legde ik er wat aarde en stukken graszoden op.

Voor nu voldoet het hok, tot we zelf iets maken met een grote ren, hopelijk in het voorjaar.

Op de achtergrond nog steeds onze zeildoekkeuken, wachtend op de kozijnen ... maar het eind is in zicht!



Zijdehoentjes zijn net even anders dan gewone kippen. Ze hebben een blauw/zwarte huid en poten, zelfs hun botten schijnen zwart te zijn. Ze hebben vijf tenen met veertjes, hun veren lijken meer op haren. De kammetjes zijn walnootvormig. En ze hebben karaktertjes!

Ze zijn zachtaardig en redelijk makkelijk handtam te maken. Ze hebben niet veel ruimte nodig, kunnen goed tegen kou en zijn zelden ziek. Ze kunnen niet vliegen. 

Een nadeel schijnt te zijn dat ze gauw en hardnekkig broeds kunnen zijn. Maar dat zien we dan wel.


Ta moet het nog even met z’n spiegelbeeld doen, donderdag krijgt hij gezelschap van twee hennetjes die we hier in de provincie bij een boerderij gaan ophalen.


maandag 30 november 2020

Tuin in november

Hoe kleurrijk de tuin in de eerste week van deze maand nog bloeide, inmiddels zijn er wel wat meer herfstkleuren. Hier en daar is nog wel een bloemetje te vinden, maar nu richt ik me vooral op de uitgebloeide planten en vooral die met fraaie zaaddoosjes, dat vind ik toch zo mooi!















Ik vind het leuk om deze als simpele krabbels na te tekenen op een waterverfachtergrondje. En daar dan maar gelijk kaarten van te maken. Het is zeker tien jaar geleden dat ik kerstkaarten heb verstuurd en dit jaar heb ik er opeens weer zin in. Misschien door corona, omdat je elkaar minder ziet ...



woensdag 25 november 2020

Ecokathedraal

Het is er nog steeds niet van gekomen om de Ecokathedraal in Mildam te bezoeken, dat staat al zo lang op mijn wensenlijstje. Volgend jaar maar eens inplannen. Op Afanja's Weblog zijn alvast mooie foto's en video's te bekijken.

De uitgangspunten van de Ecokathedraal spreken me erg aan. Met regelmaat blader ik door het boek Natuur uitschakelen - natuur inschakelen van Louis Le Roy erbij. Veel van zijn ideeën zijn nog steeds actueel.

Leuk is dat iemand op een stukje grond hier vlakbij iets dergelijks is gestart. 
In Grijssloot onze eigen ecokathedaal in wording!
Ik nam even polshoogte en maakte wat foto's. Wie weet ga ik wel een keertje stapelen.











zondag 8 november 2020

Abelstok in november

Ben je al in het bos van Adelstok geweest? Dat vroeg Harry Niehof een poosje geleden.

Nee … dat is toch een gemaal? Daar rijden we regelmatig langs. 

Nee het is veel meer, het is ook een prachtig bosje, een verwilderde boomgaard met een mysterieuze geschiedenis. Met eeuwenoude sages tot verhalen over de commune met zijn hippies in de jaren 70.


Vandaag zijn de weersvoorspellingen erg goed en we besluiten naar Abelstok te fietsen.

Gevulde picknicktas mee.



We zijn er zo, het is amper een half uurtje fietsen.


We zetten de fietsen tegen een paaltje en gaan te voet verder. We worden steeds enthousiaster. Gelukkig hebben we van te voren informatie over deze plek gelezen en weten we zodoende de achtergrond van deze plek en de fruitbomen.

Hier de links die ik van te voren gelezen heb: 1, 2, 3, 4, 5.


Onze mond valt open … hoe mooi en grillig fruitbomen worden als je er niets aan doet. En toch volop fruit dragend. Dat werpt direct een ander licht op de gebruikelijke snoei adviezen!


We zien wel dat er veel verschillende appelsoorten zijn, de grond ligt vol, maar helaas zijn de meesten aangevreten of al aan het rotten. Ik neem me voor om volgend jaar iets eerder te gaan.


Voor Groningse begrippen is het druk, we komen enkele gezinnetjes tegen en bij de brug in de vorm van een picknickplaats staat een man met een grote hond. Hij begint een praatje. Ik vraag waar de boerderij oorspronkelijk gestaan heeft.

Hij vraagt waarom we dat willen weten, waren we hier misschien in die hippietijd?

Ik ben even van m’n à propos … maar als ik naar mijn langharige Henny kijk, snap ik zijn vraag wel.

Nee hoor, we zijn hier voor de eerste keer, we zijn gewoon geïnteresseerd.

Hij woont in de buurt en vertelt wat hij nog weet uit die tijd. Leuk hoor, zo’n ontmoeting.


foto Lambert Kamps


Als we de brug over zijn zien we nu meer perenbomen, vooral stoofperen. Er liggen er genoeg en ook in de bomen hangt nog veel.



Daarna komen weer vele appelbomen. O, o, al die appels op de grond. Ik vind een onaangetaste en we proeven. Lichtzuur. Lekker hoor. Zo’n smaak vind je niet in een supermarkt, daar zijn de meeste appels mierzoet en de friszure, zoals Granny Smith, komen van ver.

Wat zou deze goed in appeltaart passen. Zoals gezegd, volgend jaar maar eens tijdig wat appels halen daar.



We wandelen begeesterd verder door dit sprookjesachtige bos met zijn kunstzinnige bomen en buitengewone geschiedenis.














Al we een bankje in de zon zien, gaan we picknicken. Ik heb een thermosflesje met groentebouillon, boterhammen en boterkoek. Het is hier heel stil, behalve het gekwetter van Kramsvogels, die komen natuurlijk op de appels af. We zijn reuzeblij dat we deze plek nu kennen.


Via Eenrum, Nijenklooster en Het Bultje rijden we weer terug naar huis, even flink doortrappen, want hoewel we nog naar die prachtige lage zon kijken, is het over een uur, om kwart voor vijf, gewoon donker. En als het donker is, is het ook echt donker hier! En dat fietst niet fijn met onze stadse fietslampjes.