Mijn ouwe trouwe fiets is op. Wat was ik er toen blij mee. Een Batavus
Allure Award, fiets van het jaar. Fijn fietsje in leuke kleuren. Maar dat is inmiddels zo’n 17 jaar geleden.
Eigenlijk ziet hij er nog goed uit. Maar dat lijkt maar zo. Het zadel is kapot en ik ga naar de fietshandel voor een nieuw.
Een nieuw zadel, ongeveer 30 euro,
een servicebeurt 50 euro. En dan is er nog niks gerepareerd of vervangen.
De versnelling werkt niet meer, de kettingkast moet
vervangen … het is duidelijk, dat heeft geen zin meer (volgens de fietsenverkoper).
dit is mijn lunchplek op dinsdag, tussen twee cliënten in
Ik heb een fiets nodig voor mijn werk, Man vind dat ik een degelijke,
veilige fiets moet hebben. Ik fiets elke dag en vaak met kilo's aardappels en appels voor de kookclub. Dus een nieuwe
uitzoeken. Het wordt een Giant. Omdat dit merk een actie had … 120 euro terug
voor je oude fiets. Bijkomend nog fietstassen, een mandje en een km-tellertje,
toch even een flinke uitgave.
Toen ik vertelde dat ik een nieuwe fiets had gekocht, kreeg ik wel drie
keer de reactie: Heb je gelijk een elektrische genomen?
Huh … verontwaardigd reageerde ik met Hoezo? Waarom zou ik?
Voor sommigen zijn die fietsen een prima uitkomst. Als ik met deze
nieuwe fiets weer bijna 20 jaar doe, dan zal de volgende, tegen die tijd,
misschien wel een elektrische worden.
oude fiets inleveren
Toch wel moeilijk afscheid nemen van iets wat ik al zo lang heb en erg
wennen aan de nieuwe fiets. Een voordeel van de oude fiets was dat ik nooit
bang was dat hij gejat zou worden, maar nu weer geklooi met extra ketting
ergens vastmaken.
Na Tsjechov in de Veenkoloniën, vorig weekend in Zuidwending bij
Veendam, ben ik nieuwsgierig geworden naar Tsjechov. De voorstellingen Het
Geluk zijn gebaseerd op korte verhalen van hem. Ik ken hem van naam, maar heb
bij mijn weten nooit iets van hem gelezen.
We halen de eerste twee boeken van de verzamelde werken uit de bieb.
Het eerste verhaal, Brief aan een geleerde buurman, uit 1880, doet
me gelijk al schateren, heerlijk om te lezen!
Waarom is een dag ’s winters kort en een nacht lang,
en zomers andersom?
Een dag is ’s winters kort omdat hij net als overige
zichtbare en onzichtbare voorwerpen krimpt van de kou en omdat de zon vroeg
ondergaat, terwijl een nacht door het aangaan van de hemellichamen en lantaarns
uitdijt, daar hij warmer wordt.
Verder heb ik nog ontdekt dat honden in de lente
gelijk schapen gras eten en dat koffie schadelijk is voor volbloedige mensen
omdat dit duizelingen in het hoofd teweegbrengt en een troebel gezichtsveld in de
ogen en meer van dergelijke dingen.
Ik sliep de afgelopen nacht
heel licht, kleine korte hazeslaapjes. Het lag niet aan het bed, dat was prima,
het was warm in de kamer en er was een mug, maar ook dat was het niet. Elk uur was ik wel
wakker, niet klaarwakker hoor, maar de toneelstukken van gistermiddag spookten
steeds weer door m’n hoofd.
Ik doe het bedlampje aan en
lees de tekst van De Wending nog eens en weer voel ik die droefheid. Wat is dit
toch. Ik probeer na te gaan wat me zo triggerd en waarom.
Ik geef mijn kind toch niet
weg? Is het omdat ik het wel ga verlaten?
Maar mijn kind is geen kind
meer, hij is 27 jaar.
Natuurlijk blijft hij altijd
mijn kind, zolang ik leef. Nu
wonen we op vijf minuten van elkaar verwijderd ... als we inderdaad naar
Groningen zouden verkassen wordt dat meer dan drie uur. Hij redt zich wel ...
en ik?
Is dat het wat me onbewust
raakt? Of is het toch iets anders? Ik kom er niet uit, laat het los. Blijkbaar
kan een toneelspel me tot tranen roeren, net zoals soms muziek, een film of een
boek. En dat gebeurde dus gistermiddag.
We gaan vanmorgen vroeg ontbijten, er
is weer veel heerlijks. Tijd om naar het station te lopen. In Groningen
aangekomen hebben we tijd voor een kop koffie ... nee niet op het station, hoe
trendy je een stationsrestauratie ook mag noemen, ik weiger meer dan 2,50 voor
m’n cappuccino te betalen. We steken even over naar Coffee United, prima tent,
goede koffie, vriendelijke bediening en redelijke prijzen. Ik moet altijd wel
om mezelf lachen, gaan we helemaal per trein naar Veendam voor een
toneelvoorstelling, met hotel en diner ... geven klauwen met geld uit, maar
voor de prijs van een kop koffie heb ik zo m’n principes!
In de trein terug, heerlijk
dat de reis meer dan twee uur duurt ... om na te genieten, samen napraten,
mijmeren ... ik kijk uit het treinraam en zie een weiland vol schapen en hoor
de herder weer zeggen: Laat het denken maar aan de schapen over.
Nu langzaam overschakelen
.... straks weer werken.
Veendam, een prettig stadje.
We zijn er al vaker geweest, destijds in het Veenkoloniaal museum en in
cultureel centrum van Beresteijn. Nu voor het eerst met de trein, sinds kort kan
dat weer. Met een mooi opgeknapt stationsgebouw.
We lopen door een straat met fraaie herenhuizen, o.a. in Amsterdamse Schoolstijl.
We worden hartelijk
ontvangen in het prima Hotel Parkzicht en spreken af dat we om half drie naar onze
voorstelling worden gebracht. We zetten onze spullen op de kamer en gaan op het
terras zitten, dat wil zeggen in de wintertuin met geopende pui, want helaas
regent het inmiddels weer. Afgelopen week was het hier prachtig
weer.Maar we zitten hier droog met een
eveneens droog wijntje en het voelt als vakantie.
Nu oogt het Museumplein
somber en grijs, leeg en nat, maar dat doet niets af aan mijn gevoel van
vrolijke verwachting voor wat er komen gaat. Vanmorgen in de trein had ik dat
al, weg van alle drukte, van werk, van gedoe en van volle agenda’s en - al gaan
we maar kort, een dagje en een nachtje - Groningen werkt zo louterend.
Straks gaan we naar een
bijzondere toneelvoorstelling op een bijzondere plek. Ondertussen lees ik hier
het Dagblad van het Noorden, Gerrit Komrij is overleden, in deze krant een foto
van een verkeerde Komrij.
Mijn blik valt op ‘Steeds
minder neerslag in het ‘droge’ Noorden. In Groningen en Drenthe valt de laatste
jaren minder neerslag ... en ik
citeer Spinvis: ‘en dat is heel goed nieuws’.
We worden door een vrolijke
A. in zijn luxe car naar de voorstelling gebracht.
Daar worden we ontvangen in
het Dorpshuis van Zuidwending en ik koop alvast een boekje met de teksten.
Het Geluk - Tsjechov in de Veenkoloniën
Drie grote houten kubussen
op het land van 6x6x6 meter. Met één zijde helemaal van glas, met zicht op het
weidse Oost-Groningse landschap ... als decor van de drie eenakters,
geïnspireerd op korte verhalen van Anton Tsjechov. De groepjes bezoekers
rouleren tussen de drie kubussen.
Alle drie de stukken hebben
me geraakt, van komisch tot melancholisch.
Bij alle drie geweldige
acteurs en wonderschone teksten, daarbij het zicht op de wolken, een aardappelveld,
leegte en de langsscherende zwaluwen.
De eerste, Typisch
Tsjechov, een vrolijke chaos op het
toneel ... ik kan het niet verwoorden, niet navertellen.
Als het nog langer zou spelen
zou ik adviseren: Ga er naar toe. Maar vandaag is de laatste dag, vanavond de
laatste voorstelling.
De tweede voorstelling, De
Wending, is weer heel anders, minder
luchtig. Een herder met kind, ontmoet achtereenvolgend een dichter, een
soldaat en zijn eigen vrouw.
Bij het voorlaatste gedeelte, de
herder en zijn vrouw, kan ik opeens amper m’n tranen tegenhouden, ik krijg een
brok in m’n keel, ik weet niet waarom het me zo in die mate raakt. Ik vecht
ertegen, kijk steels rond of nog iemand dat heeft, maar nee, wat baalde ik van
mezelf. Man kijkt me even lichtelijk verbaasd aan. Ik zoek voorzichtig in m’n tas
een zakdoek en snoot zacht m’n neus.
Denkt u maar dat ik een beetje
verkouden ben. Straks ontsnapt er nog een snik ... in zo’n kleine ruimte, zo
dicht op de acteurs ... he getsie wat is er toch met me? Ik schaam me rot en
probeer het uit alle macht te verbergen. Als het toch te dichtbij komt, kan je door die grote glaswand een bheetje vluchten - weg over de weidsheid met zwaluwen en bloeiende aardappelplanten ... transparantie ... dit kan niet in een echt theater, dat is toch meer poppekast ...!
Als het afgelopen is gaan we
naar een boerenschuur, naar een muziekuitvoering van de Nederlandse componist
Cornelis Dopper - een tijdgenoot van Tsjechov en geboren in Stadskanaal - uitgevoerd door het strijkensemble van het Veenkoloniaal Symfonie Orkest.
Het is het zelden
uitgevoerde muziekstuk Pallas Athene uit 1914. Prachtig en ik kom weer wat bij.
In die schuur zitten we op
kartonnen vouw-Geluk-krukjes, die we na afloop ook mee mogen nemen.
Het laatste toneelstuk, Nog
meer eeuwige liefde, maakt me weer
op een andere manier sprakeloos. Nadia en Boris, een dialoog tussen een vrouw
en haar aanbidder.
Nadia (Veerle van Overloop),
ik vond haar zo mooi, met haar Vlaamse accent, maar niet tè Vlaams, haar mimiek, haar mooie
jurk.
Boris (Tom Jansen) met zijn warme stem, dan weer voelde ik medelijden met
hem, dan weer ergernis ... net als Nadia.
Allemaal mooie teksten of
... misschien vind ik deze laatste toch wel de mooiste tekst van de drie.
Inderdaad een onvergetelijke
ervaring!
Een beetje verdwaasd lopen
we na afloop nog eens langs de kubussen om er toch nog even wat foto’s van te
maken. Nu pas zie ik dat er in elke kubus aan de wand tegenover het glas een
grote prachtige quilt hangt. Zwaar onder indruk en in gedachten lopen we terug
naar het Dorpshuis, we merken amper dat het regent.
We nemen daar een wijntje
terwijl we op onze chauffeur wachten die ons weer komt ophalen.
We eten deze avond in het
hotelrestaurant, gezellig en allemaal erg lekker. We nemen alleen een
hoofdgerecht en meer kunnen we niet op. Wij zijn westerse porties gewend ...
tjonge wat een verwennerij hier!
Na het eten breekt toch nog
de zon door en doen we voor het slapengaan een ommetje Veendam. Ook hier
scheren gierzwaluwen over de daken.
Een warme dag gaat het worden, met wat zon. Aan het eind van de dag
wordt regen, hagel, zware windstoten voorspeld. Dat werd ons hier bespaard. Ik hou
van warmte, maar graag wel met blauwe lucht. Grijze zompige, broeierige dagen,
daar ben ik niet blij mee. Maar goed, het kan er mee door vandaag, in deze prutszomer (to zover).
Eigenlijk moest er op deze vrije dag flink huisgehouden worden, de
stofwolken, textielbergen en aangeslagen tegeltjes roepen om actie … pech, het is te warm ... naar
buiten moet men!
Zouden er nog vlierbloesems zijn? Op deze vrije dag pas weer gelegenheid
… hopelijk vind ik nog wat.
Het is al warm, ik ga vroeg op pad, maar wel met lange broek, lange
mouwen, kniekousen ook en stevige schoenen. Iedereen waarschuwt me altijd tegen
de teken bij al dat gestruin.
Ik heb tot nu toe geluk. Ik zeg altijd maar: ze lusten mij niet.
Op nog geen tien minuten fietsen van huis zit ik op een prachtig plekje.
Natuurlijk niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Drentsche Aa, het is hier
heel erg aangelegd, bedacht en gemaakt; er groeien veel planten van hetzelfde soort, veel
brandnetel en kleefkruid, maar zo langzamerhand wordt het wel wat.
In het weekend is het voornamelijk een hondenuitlaatgebied. Op een
doordeweekse ochtend is het heerlijk rustig.
Maar ik ben te laat voor de vlierbloesem, de meeste bloemtrossen worden
al besjes.
Hè jammer, ik heb nog maar een fles vlierbloesemsiroop, ik was erg gul
met weggeven. Maar goed, het waren wel aparte cadeautjes om te geven en de
ontvangers waren er erg blij mee, dat is me ook veel waard.
Een goede reden om volgend jaar nog meer te plukken.
De groene trosjes vlierbessen houden een nieuwe belofte in voor het komende
najaar en ook de braamstruiken beloven weer een flinke oogst. Gewoon nog even geduldig
wachten.
De heemtuin hier is echt mooi (verboden voor honden). Bij de ingang
bedden met groente en wilde bloemen samen, echt prachtig om te zien.
Het is hier rustig en stil, als ik me tenminste even kan afsluiten van
de snelweggeluiden, om de haverklap een voorbijdenderende trein en ontelbare
overvliegende vliegtuigen.
Tussendoor hoor ik de Koekoek en ik moest gelijk denken aan Coby.
Tijdens de Bloggerswandeling vorige maand zei ze: Malle vogel … ik zeg toch ook niet de
hele tijd mijn naam: Coby … Coby… Coby. Haha, humor heeft ze!
Ik vind het heerlijk hier alleen, maar toch kijk ik soms even om.
Terwijl ik hier heen fietste liep er een man.
Alleen. Geen rugzakje of verrekijker.
Zonder hond.
Ik denk dan gelijk, wat doet tie hier? Terwijl zo’n man toch ook gewoon
lekker van de rust kan genieten, zo in z’n eentje. Maar ik blijf een beetje
wantrouwig. De wereld is vol met rare mannetjes, nietwaar?
Maar hij ging de heemtuin niet in. Ik ben hier echt helemaal alleen, alleen met de vogels, bloemen en heel veel insecten.
Ik ga in het gras zitten bij de kleurigste bloemen en maak foto’s en een 'filmpje'.
Terwijl ik film komt er een kriebelbeestje op m’n hand zitten. Dus ook
maar even gefilmd. Ach, het is leuk om eens uit te proberen, zo’n functie op je toestel. Stel je er niet teveel van voor hoor, het is natuurlijk helemaal niks, als ik inzoom verdwijnt het geluid ook nog, en ook nog hardnekkige vlekjes op m'n lens, haha.
Maar het geeft het sfeertje een beetje weer.
Ik wandel over alle paadjes, sommige zijn zo begroeid met distels en
brandnetels dat ik blij ben met m’n lange mouwen.
Het is hier heel sprookjesachtig, ik voel me op mijn plaats, een heksje
in het veld.
Omdat ik hier nu toch op m’n favortiete plukplek ben besluit ik te
kijken of er nog brandneteltopjes te plukken zijn. De meeste brandnetels staan
in de bloei, dus ongeschikt … maar
ik zie planten waar ik eerder toppen van plukte en die hebben weer nieuwe mooie
kleine topjes gemaakt, zonder bloei.
Ik pluk ze en bedenk wat we vanavond gaan eten. En ik pluk ook wat
eetbare bloemetjes voor een salade (recept komt op het volgende blogje).
De paadjes hier zijn bijna overwoekerd, zoals ik al zei, zonder
mechanische geluiden zou het een klein paradijsje zijn. Ik loop door het
lommerrijke gebiedje en hoor van alles ritselen en wegschieten, ganzen vliegen
gakkend over, de koekoek lijkt me te volgen, een boze merel vliegt scheldend op. Vinken roepen 'fritskerie'.
Als ik buk om deze paddestoelen op de foto te zetten, schieten er
allerlei kevertjes weg en piepkleine kikkertjes, ach nee waarschijnlijk padjes,
vanonder die paddestoel…!
Wat had ik nu graag Kees, Coby of Ubel hier gehad … zoveel te zien en te
vragen en te vertellen, op dit plekje, zo dicht bij de bebouwing.
Toch ga ik vooruit in m’n kennis … ik zie het geel van de Ratelaars en
kijk gelijk wat beter … en ja hoor kleine orchisjes, vraag me niet gelijk
welke, ik ben al blij dat ik ze heb ontdekt.
Het was een heerlijke ochtend in m’n eentje. Als je tussen de manshoge
brandnetels loopt kun je gewoonweg niet piekeren!
Als ik een arts was zou ik m’n patiënten voorschrijven: verplicht
regelmatig een dagdeel in de natuur doorbrengen, tegen alle stress, blijven
malen, teveel hooi op je vork (!) e.d.
Afgelopen zondag waren we bij de Donateursdag van Stichting Aap. Dat is
in Almere, bij het Stadslandgoed de Kemphaan. We zijn met openbaar vervoer en
zijn ruim op tijd van huis gegaan.
Het wordt even een beetje tricky als blijkt dat op Duivendrecht onze trein
een kwartier later vertrekt. De bus naar de Kemphaan gaat erg weinig op zondag.
Maar de trein loopt een gedeelte van de vertraging in, even lekker
doorjassen, en we halen toch nog onze bus.
Dat Almere is van een deprimerende troosteloosheid èn lelijkheid dat je
bijna medelijden krijgt met al die Amsterdammers die daar zijn gaan wonen, maar
dat terzijde.
Nadat we de rondleiding bij Stichting Aap hebben gehad, gaan we naar De
Landgoedwinkel, waar kassen zijn met woestijn- en jungletuin en een
gedeelte waar groente en fruit
geteeld worden als dagbesteding aan mensen met een beperking. Het is een plek
met een goede sfeer en daar heb ik de volgende foto’s gemaakt voor de Fleur en
Kleur van deze week.