Een warme dag gaat het worden, met wat zon. Aan het eind van de dag
wordt regen, hagel, zware windstoten voorspeld. Dat werd ons hier bespaard. Ik hou
van warmte, maar graag wel met blauwe lucht. Grijze zompige, broeierige dagen,
daar ben ik niet blij mee. Maar goed, het kan er mee door vandaag, in deze prutszomer (to zover).
Eigenlijk moest er op deze vrije dag flink huisgehouden worden, de
stofwolken, textielbergen en aangeslagen tegeltjes roepen om actie … pech, het is te warm ... naar
buiten moet men!
Zouden er nog vlierbloesems zijn? Op deze vrije dag pas weer gelegenheid
… hopelijk vind ik nog wat.
Het is al warm, ik ga vroeg op pad, maar wel met lange broek, lange
mouwen, kniekousen ook en stevige schoenen. Iedereen waarschuwt me altijd tegen
de teken bij al dat gestruin.
Ik heb tot nu toe geluk. Ik zeg altijd maar: ze lusten mij niet.
Op nog geen tien minuten fietsen van huis zit ik op een prachtig plekje.
Natuurlijk niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Drentsche Aa, het is hier
heel erg aangelegd, bedacht en gemaakt; er groeien veel planten van hetzelfde soort, veel
brandnetel en kleefkruid, maar zo langzamerhand wordt het wel wat.
In het weekend is het voornamelijk een hondenuitlaatgebied. Op een
doordeweekse ochtend is het heerlijk rustig.
Maar ik ben te laat voor de vlierbloesem, de meeste bloemtrossen worden
al besjes.
Hè jammer, ik heb nog maar een fles vlierbloesemsiroop, ik was erg gul
met weggeven. Maar goed, het waren wel aparte cadeautjes om te geven en de
ontvangers waren er erg blij mee, dat is me ook veel waard.
Een goede reden om volgend jaar nog meer te plukken.
De groene trosjes vlierbessen houden een nieuwe belofte in voor het komende
najaar en ook de braamstruiken beloven weer een flinke oogst. Gewoon nog even geduldig
wachten.
De heemtuin hier is echt mooi (verboden voor honden). Bij de ingang
bedden met groente en wilde bloemen samen, echt prachtig om te zien.
Het is hier rustig en stil, als ik me tenminste even kan afsluiten van
de snelweggeluiden, om de haverklap een voorbijdenderende trein en ontelbare
overvliegende vliegtuigen.
Tussendoor hoor ik de Koekoek en ik moest gelijk denken aan Coby.
Tijdens de Bloggerswandeling vorige maand zei ze: Malle vogel … ik zeg toch ook niet de
hele tijd mijn naam: Coby … Coby… Coby. Haha, humor heeft ze!
Ik vind het heerlijk hier alleen, maar toch kijk ik soms even om.
Terwijl ik hier heen fietste liep er een man.
Alleen. Geen rugzakje of verrekijker.
Zonder hond.
Ik denk dan gelijk, wat doet tie hier? Terwijl zo’n man toch ook gewoon
lekker van de rust kan genieten, zo in z’n eentje. Maar ik blijf een beetje
wantrouwig. De wereld is vol met rare mannetjes, nietwaar?
Maar hij ging de heemtuin niet in. Ik ben hier echt helemaal alleen, alleen met de vogels, bloemen en heel veel insecten.
Ik ga in het gras zitten bij de kleurigste bloemen en maak foto’s en een 'filmpje'.
Terwijl ik film komt er een kriebelbeestje op m’n hand zitten. Dus ook
maar even gefilmd. Ach, het is leuk om eens uit te proberen, zo’n functie op je toestel. Stel je er niet teveel van voor hoor, het is natuurlijk helemaal niks, als ik inzoom verdwijnt het geluid ook nog, en ook nog hardnekkige vlekjes op m'n lens, haha.
Maar het geeft het sfeertje een beetje weer.
Ik wandel over alle paadjes, sommige zijn zo begroeid met distels en
brandnetels dat ik blij ben met m’n lange mouwen.
Het is hier heel sprookjesachtig, ik voel me op mijn plaats, een heksje
in het veld.
Omdat ik hier nu toch op m’n favortiete plukplek ben besluit ik te
kijken of er nog brandneteltopjes te plukken zijn. De meeste brandnetels staan
in de bloei, dus ongeschikt … maar
ik zie planten waar ik eerder toppen van plukte en die hebben weer nieuwe mooie
kleine topjes gemaakt, zonder bloei.
Ik pluk ze en bedenk wat we vanavond gaan eten. En ik pluk ook wat
eetbare bloemetjes voor een salade (recept komt op het volgende blogje).
De paadjes hier zijn bijna overwoekerd, zoals ik al zei, zonder
mechanische geluiden zou het een klein paradijsje zijn. Ik loop door het
lommerrijke gebiedje en hoor van alles ritselen en wegschieten, ganzen vliegen
gakkend over, de koekoek lijkt me te volgen, een boze merel vliegt scheldend op. Vinken roepen 'fritskerie'.
Als ik buk om deze paddestoelen op de foto te zetten, schieten er
allerlei kevertjes weg en piepkleine kikkertjes, ach nee waarschijnlijk padjes,
vanonder die paddestoel…!
Wat had ik nu graag Kees, Coby of Ubel hier gehad … zoveel te zien en te
vragen en te vertellen, op dit plekje, zo dicht bij de bebouwing.
Toch ga ik vooruit in m’n kennis … ik zie het geel van de Ratelaars en
kijk gelijk wat beter … en ja hoor kleine orchisjes, vraag me niet gelijk
welke, ik ben al blij dat ik ze heb ontdekt.
Het was een heerlijke ochtend in m’n eentje. Als je tussen de manshoge
brandnetels loopt kun je gewoonweg niet piekeren!
Als ik een arts was zou ik m’n patiënten voorschrijven: verplicht
regelmatig een dagdeel in de natuur doorbrengen, tegen alle stress, blijven
malen, teveel hooi op je vork (!) e.d.
Afgelopen zondag waren we bij de Donateursdag van Stichting Aap. Dat is
in Almere, bij het Stadslandgoed de Kemphaan. We zijn met openbaar vervoer en
zijn ruim op tijd van huis gegaan.
Het wordt even een beetje tricky als blijkt dat op Duivendrecht onze trein
een kwartier later vertrekt. De bus naar de Kemphaan gaat erg weinig op zondag.
Maar de trein loopt een gedeelte van de vertraging in, even lekker
doorjassen, en we halen toch nog onze bus.
Dat Almere is van een deprimerende troosteloosheid èn lelijkheid dat je
bijna medelijden krijgt met al die Amsterdammers die daar zijn gaan wonen, maar
dat terzijde.
Nadat we de rondleiding bij Stichting Aap hebben gehad, gaan we naar De
Landgoedwinkel, waar kassen zijn met woestijn- en jungletuin en een
gedeelte waar groente en fruit
geteeld worden als dagbesteding aan mensen met een beperking. Het is een plek
met een goede sfeer en daar heb ik de volgende foto’s gemaakt voor de Fleur en
Kleur van deze week.
Ik heb het idee dat er in
mijn woonplaats veel minder gemaaid wordt dan in voorgaande jaren. De bermen
zijn nog nooit zo mooi geweest! Elke dag als ik een bepaalde weg naar m’n werk
fiets, zie ik wel weer wat nieuws. Bezuiniging? Misschien een voordeel bij de
crisis?
Ik heb wat ratelaar voor
thuis in de vaas geplukt.
De ratelaar staat niet echt
te boek als mooie bloem, maar ik vind hem wel wat hebben, dat lipje met paars
stipje.
Op de bloggerswandeling
leerde ik dat de ratelaar een halfparasiet is, hij is voor z’n voedingstoffen
afhankelijk van grassoorten. Hij dringt dus grassen terug, zodat er meer plaats
is voor andere bloemen, zoals bijvoorbeeld orchissoorten. Ook leerde ik dat de
ratelaarspanner, een nachtvlinder, weer afhankelijk is van deze plant.
Als de ratelaar uitgebloeid
is maken de zaden in de verdroogde bloemen bij een zuchtje wind een ratelend
geluid, zo komt hij aan z’n naam.
In de Groninger Kroon kocht
ik in 2010 een bijzonder boekje: ‘Een zinvol geheim, wat planten mij vertellen’
van Dorine Haveman.
Zij beschrijft in haar
vertellingen hoe je als kind kijkt naar een plant of een boom en de betekenis
van ouderen in het leven van een kind.
Regelmatig leek het bijna
alsof zij het over mij had, alsof ze mij als kind heeft gekend. Dat het mijn
ervaringen zijn waarover ze schrijft!
Ook de prachtige tekeningen
van Coor Muller maken dat ik dit boekje koester, en lees en herlees. Bij haar
verhalen komen beelden van vergeten momenten van vroeger terug, of beter
gezegd, vooral het gevoel bij die beelden.
Wonderlijk.
Door haar verhaal over de
ratelaar herinnerde ik me, behalve een lagere schooltijd die ik helemaal niet
zo leuk vond, dat ik de ratelaar toen wel kende, maar nu helemaal vergeten was.
Naar aanleiding van een vorig blogbericht waarin ik m’n molenmesje noemde èn ter gelegenheid van m'n 50ste 'Dinsdag Dicht' het volgende verhaal in het Knoalsters:
Friedrich Herder Aan de overkaande van de
badde over wieke ston n hond, n Dobberman mit de taanden bloot te graauwen en
te blavven. Deur mien 8-joarege ogen leek t n monster.
"Kom, deurlopen",
zee mien pabbe en hai luip badde op. Mit mien ogen dichte luip k hom noa.
d'Hond gromde en graauwde nog
haarder en k zag hom badde oplopen, noar ons tou. Hai was kloar om te springen.
Gaauw sloot k d'ogen weer. Opains heurde k n plonze. Baange dat mien pa in t
wotter valen was, dee k d'ogen weer open. Pa ston der nog en k zag dat e zien
mezze, zien vliemschaarbe Herder, dichtklapte en in zien buutse dee. Over de
raand van badde zag k de hond in wieke drieven. Om hom tou wuir t wotter rood.
Van ver zag en heurde k de
roupende boer noaderbie kommen. Toun e stoef tegenover mien pa ston ruip e:
"Wat hestoe mit mien hond doan, verdamme?" t Bleef n telle stil.
"k Kom mien loon
ophoalen van oflopen weke".
Mien pa was d'haile weke bie
dizze boer aan t eerappelkraben west. "En wel mien verdainde loon in weg
stoit, goit wieke in, want woar aine drift kinnen ook twije drieven", zee
pa trankiel en hai keek boer strak aan.
k Zag dat boer wit om neuze
wuir.
Boer draaide zuk om en luip
noar boerderij trogge. In keuken telde boer mien pa zien loon uut.
"Hufst nait weer te
kommen".
k Zag aan gezichte van mien
pa dat e dat ook nait van plan was.
Toun pa sikkom vatteg joar
loater uut tied kwam, mozzen mien bruiers en zuster zien raive en aander
spullechies verdailen. k Hufde mor ain ding.
Zien loatste Friedrich Herder
messie, ligt nou bie mie op bozzem in n kopern deussie.
Dit verhaal vond ik op de
leeswaardige website van Lou Meyer, voormalig politieman in Groningen, heden
ten dage schrijver.
Ik kan het niet laten … elk
moment dat ik langs bloemrijke plekjes fiets, pluk ik wat bloemetjes voor
thuis.
Overal staan kleine vaasjes,
kneuterig, maar ik ben er dol op. Hoe vaak Man (zuchtend) moet antwoorden als
ik weer eens zeg: mooi hè? Ja, jaahah…
Een geopende klaproos kan je
niet plukken, verontwaardigd laat ze gelijk haar mooie blaadjes vallen, maar
nog in de knop lukt het wel … met bewondering volg ik hoe ze in een gekreukelde feestjurk tevoorschijn komt.
Mooi bij lelijk, daar vond ik ze ...
Bieslookbloemen
veranderen van strak naar wulps en Wikke in een vaasje vind ik
van zo een gestileerde schoonheid dat ze op veel plekjes hier in huis
staan.
Op het dakterras bloeit nu een struikje
met kleine witte bloemen, waar ik de naam niet van ken, wordt hier ‘gemeentestruikje’
genoemd omdat ik ze ook wel in openbaar groen zie:
Het Boeddhahoofdje is door de
vorst gespleten -noemen we nu Boeddha met hoofdpijn- , maar binnenin woont een
pissebed samen met een duizendpoot. Als dat maar goed gaat! De campanula groeit
er met compassie omheen.
Nationaal Beek en Esdorpenlandschap Drentsche Aa, 26 mei 2012
‘Laat ons
vooral nooit vergeten, dat Natuur- en Landschapsbescherming geen stokpaardje is
van een klein aantal hedonisten of wetenschappelijke ijveraars, maar een
streven naar levensvervulling voor iedereen en in het bijzonder een redding
voor allen, die geboren en getogen zijn in de sombere buurten van de
ouderwetsche groote steden.’
Toen we afgelopen zondag vertrokken bij ‘Jan wilde een tuin’ in Westerlee, kregen we een grote bos rabarber mee. Nou ben ik gek op rabarber, maar dit was ruim twee kilo!
Jan zei nog: anders gooi je het maar weg. Nee, nee, in huize Ontdekking/Engelwortel mag sinds begin dit jaar geen voedsel meer weggegooid worden.
Ik besloot er jam van te maken. Hier vind je het recept.
Na ons vertrek van ‘Jan wilde een tuin’ rijden we naar de stad
Groningen.
Om 17.00 uur treedt MacBetty op in Café Buckshot, we vermoeden dat we
dat niet op tijd gaan halen.
We zetten de auto in de parkeergarage, gaan inchecken in BudGett, worden
hartelijk ontvangen door Scott - we zijn kind aan huis - en we lopen snel naar
Cafè Buckshot. Inki en haar band zijn al begonnen, we gaan er eens lekker voor
zitten, aan de bar. Leuk is het, erg leuk!
Na afloop lopen we langs Café Marleen, Marleen is er al, we gaan even
zeggen dat we straks komen voor het optreden van The Rockaways, eerst nog even
een hapje eten.
Nu wat eenvoudiger dan gisteravond, maar ook lekker op het terras van de
Brasserie, erg gezellig hier in de Poelestraat.
Een bodempje voordat we het Groningse nachtleven induiken!
De band van deze avond, The Rockaways - Lou Leeuw, Hans van Lier en
Harry Groeneveld - spelen blues en popcovers. Fijne muziekavond!
We hadden ons voorgenomen om op een beetje redelijke tijd weg te gaan, maar het werd toch weer tegen vijf uur in de morgen. Hè, wat had ik het toch weer naar m’n zin … lekker keten met leuke/gekke Groningers en … (zelfs) een verdwaald Brabants stel.
Gelukkig hoef je er bij BudGett er pas om 12.00 uur uit! Morgen 2e pinksterdag, vrije dag (nog wel). Voordat we terugrijden willen we nog wat fundahuisjes bekijken op het Hogeland.